Praten met pubers - een boek, een cursus of .... met elkaar op ouderavonden
 
VOOR OUDERS | Praten met pubers - een boek, een cursus of .... met elkaar op ouderavonden

Op ouderaonden vanaf het eind van de onderbouw tot zeker in de tiende is het gebruik om met elkaar uit te wisselen over de veranderingen die je ziet bij je eigen kind en hoe je daar op in gaat. De boeken van Jeanne Meijs worden soms tot onderwerp gemaakt in een apart gespreksgroepje, naast de ouderavonden, bijvoorbeeld 'Puberteit, de smalle weg naar innerlijke vrijheid'. Ze geeft ook regelmatig lezingen.

In onderstaand artikel worden inzichten, boeken en cursussen uit de reguliere sfeer genoemd.

Ze hebben hooguit andere attributen: een i-pod, een mobieltje, een computer waarop ze urenlang msn’en met hun vrienden. Maar verder verschillen de moderne pubers niet veel van hun leeftijdsgenoten in de vorige eeuw. Ze hebben nog altijd slungelige armen en benen, ze mokken en ze zwijgen, ze zijn wereldwijs én kinderlijk dom, ze luisteren niet en spreken hun ouders telkens tegen.

De ouders van nu zijn wél anders dan de ouders van toen, zegt psychologe Annette Heffels, auteur van het boek ’Praten met je puber’. Anders dan hun eigen ouders geloven ze niet meer in orde, gezag en regels. Ze willen een goede relatie met hun kind, óók als dat flink pubert. Het geluk van het kind – daar om draait het in de opvoeding anno 2007, aldus Heffels: „Om hun kind nu en later gelukkig te maken, gaan ouders heel ver.”

Maar hoe lever je gelukkige kinderen af? Daarover voelen ouders zich soms onzeker, zegt Heffels: „Ze zijn zich bewust van hun taak om gelukkige kinderen af te leveren. En ze zijn bang om te falen, omdat ze de juiste formule voor een goede opvoeding niet hebben.”

Pubers kunnen die onzekerheid versterken, met hun stuurse gezichten, hun eenlettergrepige antwoorden, hun onmiskenbare afkeer van hun vader en moeder soms en hun jassen waaruit de wietdamp opstijgt, terwijl ze stug blijven ontkennen dat ze roken.

Een groeiend aantal ouders gaat daarom op cursus – om hun eigen opvoedformule te herijken, om te leren hoe ze dan wel tot hun zwijgzame zoon of dochter kunnen doordringen. En om een fout af te leren die ook hun eigen ouders al maakten: praten tégen in plaats van mét hun kind. Want een ’gesprek’ gaat toch vaak zo, zegt Heffels: „Ouders willen als het ware hun verzamelde inzichten in het puberhoofd praten en dat lukt vaak maar zeer beperkt. Ze onderschatten de rol van aandachtig luisteraar.”

Praten met pubers begint met luisteren – dat is ook de kern van de opvoedcursus van de GGD in Den Haag. In een helverlicht vergaderzaaltje, compleet met flap-over en koffie uit thermoskannen, zitten elf ouders van pubers (tien moeders, één vader) ijverig aantekeningen te maken in hun blocnotes. Ze krijgen tips van de docenten, pedagoge Yvonne de Jong en jeugdverpleegkundige Maria Beckers, maar ook van elkaar. Dat is een van de voordelen van zo’n cursus, zeggen de ouders: ervaren dat je niet de enige bent die moeite heeft de puberziel te peilen.

Belangrijk voor de communicatie met opgroeiende zonen en dochters is ’een leeg hoofd’, zegt De Jong: „Je hoofd zit doorgaans vol met boodschappenlijstjes én oordelen, daardoor kun je niet onbevangen luisteren.”

Helemaal fout is de aanvallende ’jij-boodschap’, die ouders in de mond bestorven ligt: „Jij moet meer tijd aan je huiswerk besteden, je bent onverantwoordelijk bezig, je smijt je schoenen steeds in de gang zodat ik er mijn nek over breek, je bent nu alweer te laat thuis van een feestje.”

Effectiever is de ’ik-boodschap’, daarmee moeten de Haagse ouders twee-aan-twee in een rollenspel oefenen. De docenten geven een voorbeeld: Komt de puber om één uur ’s nachts thuis, maar liefst een uur later dan afgesproken, zeg dan niet: „Hoe durf je zo laat thuis te komen? Ga ogenblikkelijk naar boven!” Want dan weet je nog niet waarom je kind zo laat was, en hoe je dat een volgende keer kunt voorkomen.

Beter is het om je puber zo aan te spreken, zegt Yvonne de Jong: „Ik weet wel dat je vindt dat ik vaak onnodig bezorgd ben, maar ik heb me toch enorm druk gemaakt het afgelopen uur. Ik vroeg me af of er iets ergs gebeurd was, zag allerlei rampscenario’s voor me. Kun je me vertellen wat er gebeurd is?” Met deze aanpak doe je een beroep op de redelijkheid van de puber, aldus de pedagoge: „En dan moet je kind wel héél bot zijn, wil hij geen antwoord geven.”

De oefening maakt de tongen los, er wordt ook veel gelachen. Om de dochter van de één, die soms dagenlang met deuren smijt en geen woord zegt. Om de zoon van de ander, die zo geraffineerd zijn vader en moeder tegen elkaar uit probeert te spelen („Van papa mag ik wel naar de disco.”) En Ana Lestari krijgt complimentjes, als ze vertelt dat ze het ’actief luisteren’ – huiswerk van vorige week – met succes heeft geoefend op haar 13-jarige zoon. Die begon haar spontaan te vertellen over een nieuwe vriendschap op school. „Veel bevestigend hummen en doorvragen’,’ zo vat De Jong de les in luisteren nog eens samen.”

Moeder Lestari vindt de cursus heel nuttig: „Mijn zoon begint vaak veel te laat aan zijn huiswerk, en dan gaat het dus mis met zijn toets. Ik ga hem dan altijd waarschuwen, achter z’n vodden zitten, soms een beetje schreeuwen.” Maar nu heeft ze geleerd dat zij het probleem van haar zoon niet moet proberen op te lossen, dat ze beter kan vragen: „Heb je zelf een idee hoe het verder moet?”

Je kind durven loslaten, goed luisteren, vertrouwen hebben, én geduld – dat is de basis voor een goede communicatie. En accepteren dat pubers soms gewoon níet met hun ouders willen praten, dat hoort er volgens psychologe Heffels ook bij: „Thema’s als seks of kleding bespreken ze nu eenmaal liever met leeftijdgenoten.”

Moeder Kitty giechelt aan het einde van de cursusavond: „Goh, straks doen we het zo goed, dat onze kinderen zelf ook op cursus willen: ’hoe overleef ik mijn opvoedkundige ouders?’ ”

 

 

Hun stem verandert, net als hun hersenen en hun lichaam: tussen hun tiende en zestiende worden kinderen gemiddeld 30 centimeter langer en 22 kilo zwaarder. Pubers maken een enorme metamorfose door, op fysiek, emotioneel, intellectueel, sociaal en seksueel gebied. Ouders die hun kinderen in deze razendsnelle ontwikkeling willen blijven volgen, kunnen het best een ’socratische’ communicatiestijl ontwikkelen', schrijft psychologe Martine Delfos in haar boek ’Ik heb ook wat te vertellen. Communiceren met pubers en adolescenten’ (SWP Books, ISBN 9789066 6565 29).

Ouders moeten net als de Griekse wijsgeer Socrates meer vrágen dan zelf vertellen.

Andere tips van Martine Delfos:

wees benieuwd,

neem je kind en zijn verhaal serieus,

probeer te benoemen wat je voelt,

nodig je kind uit om zijn mening over het gesprek te geven.

Het boek ’Praten met je puber’ van psychologe Annette Heffels (Spectrum, ISBN 90 274 25477) bevat ook bruikbare communicatietips. Een ervan luidt:

gebruik de GsG-formule (Gedrag, situatie, Gevoel). Zeg bijvoorbeeld tegen je dochter: ,,Ik wil graag dat je je zwarte broek aantrekt of een rokje (Gedrag) als we naar oma’s feestje gaan (situatie), want ik weet dat ze dat heel belangrijk vindt en mij doe je er ook een plezier mee (Gevoel).’’

De plaatselijke GGD is een goed startpunt voor wie graag een opvoedcursus voor ouders van pubers wil volgen. Maar ook het Bureau Jeugdzorg, het consultatiebureau en scholen voor voortgezet onderwijs verzorgen soms puber-oudercursussen.

 



> De Vrije School Den Haag © 2004-2005 > Powered By Dinamite Internet Services