Toneel (verkort leerplan)Achtste klasBasisvaardigheden van toneelspel worden geoefend in tableau vivants, korte teksten, veel improvisatie, woord-associatie-oefeningen, oefeningen voor houding, gebaar en spraak. Met de klas en de klassenmentor wordt een stuk in de grote zaal opgevoerd met eventueel muziek en dans. Tiende klas Onder leiding van een regisseur wordt gedurende 2 à 3 maanden een volwaardig avondvullend toneelstuk ingestudeerd en opgevoerd. Ook aan de decors, kleding en bekendmaking wordt door de leerlingen veel zorg en tijd aan is besteed. Elfde klas De opgedane vermogens worden uitdiept door grotere uitdagingen, en de eis van conceptueel denken: bewust met de eenheid van rol, enscenering, verbeelding en de inhoud van het stuk om gaan. Vaak worden zoals in de tiende klas stukken uit het wereldtoneel gekozen, maar bij gelegenheid ook lichtere stukken die makkelijker te spelen, te zingen en te dansen zijn. Onder de noemer CKV3-drama valt toneel onder het examen. Dat bestaat behalve een praktische opvoering uit de toneelgeschiedenis, die geheel doorlopen wordt, met accenten bij de Grieken, de Gouden Eeuw met Vondel, Shakespeare (bij het vak Engels), Goethe (bij het vak Duits), en de Absurdisten (bij het vak Frans). Twaalfde klasEr is optioneel in een opvoering voorzien. |
||||||||
|







