De beslissing om te gaan roken is er één van leven en dood. Alleen volwassenen kunnen die nemen.
 
VOOR OUDERS | De beslissing om te gaan roken is er één van leven en dood. Alleen volwassenen kunnen die nemen.

In de spreekkamer zit Lucas van zestien jaar. Hij heeft ernstig astma, zijn moeder rookt een pakje per dag binnenshuis. Hij zal moeten worden opgenomen in het astmacentrum. Als ik door de draaideur het ziekenhuis verlaat, loopt een hoogzwangere met mij mee naar buiten. Nog voordat zij het rokershok heeft bereikt steekt zij een sigaret op. Haar kindje wordt vier weken te vroeg geboren. Makkelijke bevalling, dat wel, een klein kindje. Hij krijgt borstvoeding van zijn rokende moeder. Zijn slaapjes zijn kort.

De Wereld gezondheidsorganisatie heeft bepaald dat dit vormen van kindermishandeling zijn. In Engeland komen rokende ouders niet in aanmerking voor adoptie.

In Nederland worden horeca-ondernemers beschermd tegen meeroken, maar groeit de helft van de kinderen jonger dan achttien jaar op in de rook. De helft van de 18- jarigen rookt. Vele kinderen beginnen op hun twaalfde. Zestig procent van hen geeft aan dat nog nooit naar hun leeftijd is gevraagd toen zij het pakje kochten, wat pas mag vanaf je 16e. Begrijp ons goed, we zijn niet tegen rokers, maar tegen het feit dat jonge mensen met hun onrijpe lichaam in andermans rook staan, of in die van henzelf, omdat het mag. Omdat de overheid niet wil betuttelen.

Het beschermen van jongeren heeft niets met betutteling te maken. Roken is verslavend. Het valt onder ’afhankelijkheid’ in het handboek van de psychiatrie: een stof waarvan je in de loop van de tijd steeds meer nodig hebt, die meer tijd en geld kost dan je uiteindelijk zou willen. Er zijn bijna vier miljoen rokers in Nederland. En dat voor een stof die je niet mist als je hem niet kent. Als je voor relatief weinig geld op elke straathoek je pakje kan kopen, dan kan het zo slecht toch niet zijn?

Er zijn vele theorieën over de toegeeflijke houding ten opzichte van roken van de overheid, die zelf zegt inmenging in het privéleven te willen voorkomen. Nogal wat cynici zeggen dat het de vier miljard aan accijnzen zijn. De overheid is verslaafd aan de opbrengsten van de tabak. Gemiddeld zal de roker tien jaar eerder overlijden. Dat scheelt een hoop aan pensioenuitkeringen. De negenduizend longkankerpatiënten die elk jaar overlijden hebben meestal een kort en daardoor relatief goedkoop ziekbed. De mensen die overlijden aan het roken tellen immers toch vaak al niet meer mee. Zij zijn niet productief, we kunnen ze wel missen.

Wij denken niet dat dit de reden is. Deze inktzwarte redenering is te kort door de bocht. De ziektekosten door het roken rijzen de pan uit. Kosten voor dure levens verlengende chemotherapie en COPD, oftewel de rokerslong. Kosten voor duizenden opnames per jaar, revalidatie, thuisbeademing en longtransplantatie. Er zijn inmiddels meer dan 200.000 COPD-patiënten. COPD is hard op weg volksziekte nummer één te worden. Ook de kosten voor ivf bij rokers, aan de behandeling van hartinfarcten, beroertes en vaatoperaties zijn hoog. En het vroegtijdig verlies van rokende mantelzorgers is kostbaar.

Wat is dan wel de reden voor de toegeeflijkheid van de overheid?
Mogelijk de onzichtbaarheid van de gevolgen. Het straatbeeld wordt bevolkt door happy smokers. Jong, sexy, smirtend (smoking en flirting) staan zij voor de deur van de kroeg. De bouwvakkers pakken in hun middagpauze hun saffie, gezellig. Fitte stoere mannen.

De patiënten, twee miljoen mensen worden op den duur ziek van het roken, zie je niet. Die zitten thuis, komen nog weinig buiten. COPD-patiënten klagen vaak over de onzichtbaarheid van hun ziekte. Het Astmafonds geeft handen vol geld uit om de naamsbekendheid van COPD te vergroten. Erwin Olaf maakte schitterende foto’s van COPD-patiënten die volop bij bus- en tramhaltes hingen.

Als een Bekende Nederlander ziek wordt van het roken, krijgt niemand dat te horen. Dat zou ook afschuwelijk zijn. Blaming en shaming willen wij ook niet. Maar daardoor merkt niemand dat je keihard aan het roken dood kan gaan. De ellendige gevolgen zien wij in de spreekkamers.

Of is de overheid terughoudend in een strenge aanpak, omdat zoveel beleidsmakers zelf roken?
Als je rookt kun je je geen leven voorstellen zonder die sigaret. De gedachtenkronkels die elke roker kenmerkt, hebben de belangrijke mensen in Nederland ook. Behalve dat hun hersenen net zo verslaafd zijn als van andere rokers, verkeren ze ook nog in een machtspositie. Hoe kan je nu tot een verstandig besluit komen als je eigen hersenen je wijsmaken dat roken iets goeds is? Als je vraagt of zij willen dat hun eigen kinderen gaan roken zal hun antwoord altijd ontkennend zijn.

Nog steeds denken vele rokers dat zij niet verslaafd zijn. Dat het een vrije keuze is. Dan is ons advies: stop eens een jaar en beslis dan als je echt clean bent, of je weer wilt gaan roken. Dan is het een vrije keuze, wellicht. Laat ook een kind wachten tot het volwassen is om zelf te kiezen voor deze verslaving.
De overheid meent dat niet-roken een kwestie van opvoeden is. Het is duidelijk dat rokende ouders door hun voorbeeldgedrag hun kinderen beïnvloeden.

Het gezag van ouders op kinderen in de puberleeftijd is steeds kleiner en de mening van (rokende) leeftijdsgenoten wordt groter. De ouders werken beiden, durven vaak minder hard op te treden dan in het verleden. Zij gaan liever de discussie niet al te veel aan. Als hun kinderen maar niet comadrinken zijn ze al lang blij. En de overheid vindt roken toch goed vanaf het zestiende? Wie ben jij dan als ouder om dat tegen te spreken?
Onze vorige oproep was om de schoolpleinen rookvrij te maken. Dat is maar een onderdeel van onze wens. Door de duizenden reacties die hierop volgden weten we dat bijna tachtig procent voor de leeftijdsgrens van 18 jaar is. Dit is mogelijk niet representatief, maar toch, wie kan hier nu op tegen zijn? Zelfs de voorzitter van Rokersbelangen ondersteunt dit initiatief!

Wat nu als de verkoop aan banden wordt gelegd tot 18 jaar? Je haalt de sigaretten uit de schappen van de supermarkt, je beperkt de verkooppunten en zorgt dat die niet in de buurt van scholen zijn. De verkoper moet naar de identiteitskaart van jongeren vragen. Die moet iedereen toch altijd bij zich hebben.

De schoolpleinen zijn door deze leeftijdsgrens automatisch rookvrij. Dan mag een kind van zeventien in Nederland, net als in de meeste westerse landen, gewoon niet roken. De kans dat iemand na zijn achttiende levensjaar nog begint met roken is klein. En het risico op verslaving ook.

Als je niet begint hoef je ook niet te stoppen. Kortom: wat is er op tegen?

Wanda de Kanter en Pauline Dekker, in Trouw



> De Vrije School Den Haag © 2004-2005 > Powered By Dinamite Internet Services