Architectuur in de twaalfde klas
 
VOOR OUDERS | Architectuur in de twaalfde klas
 

We shape our buildings, afterwards they shape us.       (Winston Churchill)

Bouwen is zowel techniek als kunst. Een verschil met andere kunsten is, dat je bouwkunst niet kunt ontlopen. Als je niet van schilderijen houdt, dan ga je gewoon niet naar het museum. Als je niet van gebouwen houdt, dan heb je een probleem, want je verkeert haast elke dag in en tussen gebouwen. En gebouwen hebben invloed op mensen.

We kunnen onze "gebouwde omgeving" leren 'lezen' (architectuur is een taal). Wat de mens bouwt, weerspiegelt hoe het met hem gesteld is en wat zijn idealen zijn. Bij het ontwerpen van je eigen huis moet je deze vraag heel concreet beantwoorden. Je huis is te beschouwen als je derde huid. (Je kleding is dan je tweede huid.). Hoe zie jij je toekomst? Wat zouden jouw idealen voor de architectuur van de 21e eeuw zijn?

Als de mens vergeten is wie hij is, dan heeft de architectuur de taak hem daaraan te herinneren.
                                                        (Imre Makovecz, een Hongaars architect)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

In de ban van het droomhuis

Kees de Graaf, in 'Droomhuizen' (2001)

Vier weken lang denken ze aan niets anders, de kinderen van de Vrije School aan de Waalsdorperweg in Den Haag. In hun laatste schooljaar ontwerpen de kinderen een droomhuis, daarbij vakkundig ondersteund door architect Ron Beekink. Al bijna twee decennia lang staat Beekink de kinderen, verdeeld over twee klassen, met goede raad terzijde. Een gesprek over het droomhuis als spiegel van de persoonlijkheid.

'In het ontwerp van het huis vind je de eerste achttien jaar van het kind terug.'

Ron Beekink is vennoot van architecten- en adviesbureau B+M in Den Haag; een bureau dat zowel zelf ontwerpen vervaardigt als uitwerkingsassistentie verleent aan grote bureaus als Benthem Crouwel en Zwarts & Jansma. Belangrijker voor dit verhaal is het feit dat Beekink vader is van drie kinderen, die alle drie de vrijeschool bezochten. Zeventien jaar geleden werd hij door deze school gevraagd om te assisteren bij het eindejaarsproject waarbij kinderen een droomhuis ontwerpen.
'Ook daarvóór stond dit project al tientallen jaren op de agenda. Het is dus met recht een lange traditie te noemen, passend bij het streven van de vrijeschool om kinderen veel kunstzinnige vakken mee te geven. Van oorsprong gaat het hier overigens om een wiskundewerkstuk, maar in de loop van de jaren zijn er ook andere thema's bijgekomen, zoals economie, ruimtelijke ordening en dergelijke.'

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Oude ambacht
Vier weken lang zijn de kinderen elke doordeweekse ochtend van half negen tot half elf met het project bezig. In de eerste twee weken brengt Beekink hen de elementaire beginselen van de bouwkunde bij, zoals maatvoering, gevels en trappen. Een en ander wordt gerelateerd aan het droomhuis dat ontworpen moet gaan worden.
'Vervolgens gaan de kinderen eerst in klei de hoofdvorm van het huis modelleren, al wel direct in de goede verhoudingen. Dan worden de plattegronden, de doorsnedes en de gevels getekend. Uiteindelijk worden alle tekeningen goed in de maat van 1:100 gezet en op een vel tekenpapier van 75 bij 100 cm aangebracht, met in het midden een geconstrueerd perspectief van de woning. Er wordt met een Rotring-inktpen getekend; het echte oude ambacht. Het resultaat is feitelijk een ouderwetse bestektekening.'
Het is een product dat veel hedendaagse jonge architecten niet meer kunnen voortbrengen.
'De jonge architecten van nu hebben niet meer aan de tekentafel gestaan. En dat zie je in hun computergestuurde ontwerpen terug. Dan vergeten ze bijvoorbeeld de goede maten neer te zetten.'

In de twee weken die volgen worden de kinderen continu door Beekink begeleid. Ruimtelijke bewustwording staat centraal.
'Dan leg ik een velletje over hun tekening en wijs ze er bijvoorbeeld op dat de wc uitkomt in de keuken. Of ik maak ze attent op de hoeveelheid ruimte dieeen beetje fatsoenlijke trap inneemt.'
Maatvoering is zo één van de aspecten die steeds terug komt; veel kinderen hebben daar vooraf weinig kaas van gegeten.
'Dat geldt trouwens ook voor de ouders. Als ik aan hen vraag hoe groot hun toilet is komen ze veelal met maten aan van één bij twee meter. Net als hun kinderen hebben ze nauwelijks ruimtelijk inzicht.'


 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bewustwording
Het tekenen aan het droomhuis maakt kinderen ook bewust van de gebouwde omgeving om hen heen, zo is de ervaring van Beekink.
'Dat benadruk ik ook bij het lesgeven: kijk naar buiten! Hoe zien de huizen eruit, welke oplossingen hebben architecten toegepast, welke materialen en details zijn er verwerkt. En dat werkt. Kinderen zeggen dan dat ze op de fiets naar huis alleen bijvoorbeeld naar ramen hebben gekeken. Zo leren ze bewuster kijken.'

Naar het idee van Beekink mag er op middelbare scholen meer aandacht komen voor architectuur.
'Als je leert kijken is veel te genieten om je heen. Ik zie zelf ook altijd weer nieuwe dingen. Dat probeer ik de kinderen bij te brengen. Kijk bijvoorbeeld eens naar een gevel van Herman Hertzberger, hoe hij alles met de maat van 60 cm heeft opgelost. Dat soort dingen hoeven ze niet letterlijk te onthouden, maar er zal ongetwijfeld iets van blijven hangen.'

Wat voor ontwerp leveren de kinderen na vier weken af?
'De meeste kinderen tekenen iets heel eenzaams; een woning die helemaal alleen in het landschap staat, of nog verder afgelegen: bovenop een berg of onder water. Die context mogen ze zelf verzinnen. Het zijn vaak ook hele grote huizen. Het meest opvallend vind ik dat je in het ontwerp van het huis de geschiedenis van het kind terug ziet. De eerste achttien jaar van een mensenleven kun je erin aflezen, zoals een kind dat het thuis moeilijk heeft gehad en prompt een huis zonder kinderkamers ontwerpt. Het is echt iets van henzelf. Ook de hobby's zijn uiteraard afleesbaar. Een tijd lang waren de zwembaden bijvoorbeeld echt geliefd, maar die zijn nu weer uit.'


Intense weken
De kinderen van de vrijeschool zijn vier weken heel intensief met het project bezig, zo geeft Ron Beekink aan.
'Het raakt ze heel diep. Ze hebben de heilige wil om het voor elkaar te krijgen. Ook de ouders leven mee. Tot diep in de nacht wordt er in het laatste weekend aan gewerkt. En tot op heden is er nog niemand afgehaakt en zijn alle ontwerpen ook echt af. Voor de meeste is het een hele prestatie en ze zijn dan ook terecht erg trots.'
Bij de beoordeling van de ontwerpen let Beekink op de vaardigheden van het kind, op netheid en originaliteit.
'Er worden géén onvoldoendes gegeven!'


Voor een aantal kinderen houdt de fascinatie met architectuur en het bouwen daar niet op.
'Redelijk veel van hen duiken de bouw in. Ze hebben er toch even aan mogen ruiken. Ik nodig ze ook uit om te komen kijken op mijn bureau. Dan kunnen ze zien hoe het er in werkelijkheid aan toegaat en worden ze geconfronteerd met een mogelijke toekomst.'
Die spin-off is volgens Beekink één van de charmes van het project.  
'Ik raad ze aan om eerst de HTS te doen. Daar leer je echt het vak. Ga daarna pas naar de TU, of liever nog naar de Academie van Bouwkunst.'

Ook voor Beekink zelf zijn het intensieve weken.
'Mijn antwoord op de vragen van de kinderen moet wel goed zijn; ze vertrouwen op mij. Ik val steeds van het ene in het andere ontwerp. Dat houdt mezelf ook scherp. Hoe kun je ingrijpen op een manier dat het kind zelfstandig verder kan werken? Dat is best vermoeiend. Maar ja, als je enthousiast bent over je vak en kinderen worden dat ook, wat wil je dan nog meer?'



Hieronder de achterzijde van het boek (overgenomen artikel op blz. 15-17), met boven de tekst een ontwerp 'Tuinhuis' van oud-leerling van De Vrije School Den Haag Marijn Schenk (genomineerde voor deze prijs), van bureau NEXT architects, Amsterdam.


zie ook: wiskunde, huizenbouw.



> De Vrije School Den Haag © 2004-2005 > Powered By Dinamite Internet Services