St. Hubertuspark 17,7 ha. Dit bosgebied, vroeger ook wel "Petit Sint Hubert" genoemd is een restant van het vroegere duinlandschap tussen Scheveningen en Den Haag. Evenals de Scheveningse Bosjes en de Nieuwe Scheveningse Bosjes behoort het Sint Hubertuspark tot het jonge duinlandschap Door de bodemsamenstelling en de bodemopbouw, de flora en de fauna, de aanwezige stuifzanden en de invloed van de verbindingszones met de aangrenzende bos- en duingebieden, is de landschapswaarde vrij groot. Ter verhoging van de belevingswaarde van het gebied werd rond 1930 in het St. Hubertuspark, met inzet van vele werkelozen, een kunstmatige duintop aangelegd met uitzicht naar zee en over de stad. Het gebied wordt doorsneden door wandel- en ruiterpaden. In 1968 is een deel van het duinbos verloren gegaan als gevolg van de aanleg van het St. Hubertusviaduct. U kunt hier ook enkele impressiefoto's bekijken van het gebied, klik daarvoor hier.
In het najaar van 2004 is begonnen met de werkzaamheden voor de aanleg van de Hubertustunnel onder het St. Hubertuspark. De Hubertustunnel is de laatste schakel in de Noordelijke Randweg. De gemeente Den Haag heeft samen met belanghebbenden een concept beheervisie voor het Sint Hubertuspark opgesteld. Deze website geeft u meer informatie over het gebied en de ontwikkeling van de beheervisie. In 1996 is besloten tot de aanleg van de Noordelijke Randweg Den Haag. Deze weg moet zorgen voor ontlasting van het bestaande wegennet en de ontsluiting van Den Haag. Als afronding van deze weg wordt in het St. Hubertuspark een geboorde verkeerstunnel gerealiseerd. De tunnel gaat de Landscheidingsweg met het bestaande Hubertusviaduct verbinden. Na de bouw van de tunnel wordt het gebied rond de tunnelmond opnieuw ingericht. Het gaat hierbij om een oppervlak van 1,3 hectare. Naast de noodzakelijke herinrichting van het werkgebied rond de Hubertustunnel was de bestaande visie op het beheer van het gehele park aan actualisering toe. Dit geheel vormde de aanleiding om begin 2004 te starten met een planproces om samen met belanghebbenden een beheervisie op te stellen. Deze site geeft u inzicht in: Algemene informatie over het Sint Hubertuspark Sint Hubertuspark, een nieuwe visie Wilt u meer weten over de Hubertustunnel, klik dan hier. Het Sint Hubertuspark is aangelegd in het oorspronkelijke binnenduingebied. De ontstaansgeschiedenis staat hieronder uitgebreid beschreven. In de 19de eeuw vormde het huidige park nog één geheel met de Oostduinen/Meyendel.
Na een periode van intensief gebruik als militair oefenterrein, kwam het terrein omstreeks 1925 beschikbaar voor de aanleg van het Sint Hubertuspark. Directe aanleiding was de behoefte om het oorspronkelijke duin als natuurschoon te behouden. Door intensief gebruik dreigde het gebied te verstuiven. Onder leiding van de directeur plantsoenendienst Doorenbos werd door de bekende “Haagse School” architect Co Brandes in 1931 een inrichtingsplan gemaakt voor het gebied. Hierin was tevens voorzien in de bouw van een aantal villa’s. Het Sint Hubertuspark is in de jaren dertig van de vorige eeuw aangelegd. Grote delen van het oorspronkelijke ontwerp zijn nog herkenbaar. Dit betreft onder meer het padenplan over de hoge rug tussen de duintoppen, de zichtlijn naar het Zwitserse Huis en de Sint Hubertusweg. De Bloedberg is aangelegd door de plantsoenendienst omstreeks 1936. De bouw van villa’s, waarin in het oorspronkelijke ontwerp reeds was voorzien, heeft plaats gevonden in de jaren vijftig. Het originele aantal van zeven is toen uitgebreid tot dertien. Het gebied behoort tot het jonge duinlandschap en wordt gekenmerkt door een sterk reliëf en een nutriëntenarme, matig kalkrijke zandbodem. Door de ophoping van strooisel is de bodem verrijkt. Daarbij zorgt in verleden ingebrachte stadscompost voor een kunstmatige verrijking. De hoogte in het gebied varieert tussen de 1 en 12 meter boven NAP*. Boven op de Bloedberg ligt het maaiveld op 30 meter boven NAP. De grondwaterstand bevindt zich op circa 11 meter beneden maaiveld. De vegetatie (bomen, struiken en kruiden) kan alleen over regenwater beschikken vanwege de lage grondwaterstand.
2.6 Vegetatie Het reliëf in het Sint Hubertuspark zorgt voor een grote verscheidenheid aan planten- en diersoorten. De flora is soortenrijk waaronder een aantal zeldzame en karakteristieke planten, zoals echt bitterkruid, zuurbes en duinsalomonszegel. De open zandplekken staan aan het begin van een natuurlijke vegetatieontwikkeling*. Bij dit spontane proces volgen combinaties van plantensoorten (vegetaties*) elkaar op totdat uiteindelijk een gesloten bos ontstaat (zie figuur 3). Vooral de overgangen van open zand naar struweel zijn van belang voor de ontwikkeling van bijzondere pioniervegetaties* (zie figuur 4). Karakteristieke pioniersoorten zijn zanddoddegras, hazenpootje en zandhoornbloem. In het Sint Hubertuspark zijn dergelijke soorten op kleine schaal als zogenaamde duingraslanden aanwezig. Typerende duingraslandsoorten zijn veldsalie en veldhondstong. Plaatselijk komen ook zeedorpsoorten* voor, zoals kleine bevernel en liggende asperge. De struwelen bestaan uit duindoorn, kardinaalsmuts en wegedoorn. Dit zijn kenmerkende duinsoorten. Het struweel vormt de geleidelijke overgang tussen open zandplekken en bos, waar vogelsoorten als heggenmus, winterkoning, nachtegaal, zanglijster en zwartkop veelvuldig voorkomen. Het bos is relatief jong en kleinschalig van opbouw. Er staan relatief weinig dikke bomen. De aftakelingsfase ontbreekt en er is wat minder dood hout dan in de meeste andere gemeentebossen. Er zijn diverse percelen met alleen uitheemse zwarte dennen. Het kronendak van het bos bestaat naast zwarte dennen (37%) vooral uit eiken en iepen (29 en 11%). De verjonging van eik en naaldboomsoorten is onvoldoende voor een duurzame instandhouding. De struiklaag onder het bos is goed ontwikkeld, maar wordt plaatselijk gedomineerd door dominante soorten als sneeuwbes, esdoorn of braam. Klimplanten als braam, klimop, bosrank, heggenrank en kamperfoelie karakteriseren de bossen. Karakteristieke duinsoorten als welriekende salomonszegel en lelietje-der-dalen zijn plaatselijk in de kruidlaag aanwezig.
2.7 Dieren Het Sint Hubertuspark heeft ondanks de beperkte oppervlakte, een gevarieerde broedvogelbevolking, waaronder groene specht (rode lijstsoort*), sperwer en nachtegaal. De diverse vogelsoorten komen over uit het nabij gelegen Oostduinen. Er zijn een aantal, veelal algemene, zoogdieren, zoals bosmuis, bosspitsmuis, eekhoorn, konijn en vos. In het Sint Hubertuspark foerageren onder meer gewone en ruige dwergvleermuis en gewone grootoorvleermuis. Er zijn vlindersoorten als eikenpage, bruin blauwtje en heivlinder; amfibieën als gewone pad en rugstreeppad. Ontstaansgeschiedenis 1660 – 1880 De herberg “In Sint Huijbert” wordt vermeld op een kaart uit ca. 1660, gelegen nabij het huidige Sint Hubertuspark. Deze naamvoering is reeds de eerste verwijzing naar de jacht in het gebied. De jachtopziener woonde in het “Zwitsers Huis”, thans de villa aan de Kwekerijweg. Het duingebied vormde in deze tijd één geheel met de Oostduinen. 1880 – 1923 In 1880 gaf de gemeente toestemming om buskruitproeven in het gebied te houden. Sinds deze tijd werd het gebied voor een lange periode gebruikt als “Proefveld der Artillerie”. Er werd een schietbaan aangelegd en een schietbaanhuisje, genaamd “Petit Sint Hubert”. In de loop der jaren werd het gebruik van de schietbaan steeds intensiever en er werden diverse gebouwtjes opgericht. De gemeente begint zich zorgen te maken over de door het leger aangebrachte vernielingen waardoor verstuivingen waren ontstaan die ook de omliggende terreinen dreigen onder te stuiven. Na de nodige briefwisselingen en toezeggingen tot herstel is in 1923 het militair gebruik officieel beëindigd en het eigendom overgedragen aan de Dienst Stadsontwikkeling. 1923 - 1945 In 1926 is na de aanleg van de Van Alkemadelaan en de kazernebouw, het terrein (op een smalle strook na) geïsoleerd geraakt van de Oostduinen. Er ontstonden langzamerhand ideeën om het gebied voor een deel als park in te richten. Het lager gelegen deel (nu de Sint Hubertusweg) werd zeer geschikt geacht om als bouwkavels te verkopen (villa’s). Uit de opbrengst zou de aanleg van de toegangsweg en de aanleg van het bos bekostigd kunnen worden. Ook architect Berlage had in het verleden reeds dergelijke plannen. Onder leiding van directeur plantsoenendienst S.G.A. Doorenbos werd door Co Brandes in 1931 een plan ontworpen voor de bouw van een aantal villa’s, de toegangsweg en de inrichting van het bos. De door Brandes ontworpen huizen werden niet gebouwd, de bouwterreinen werden gereserveerd. Wel werd tussen 1932 en 1936 het Sint Hubertuspark aangelegd. Het uitzichtpunt “de Bloedberg” is ook in deze periode aangelegd. Vanaf dit punt had men een prachtig panorama over de stad, zelfs nu nog is Scheveningen en de Noordzee te zien. Zichtassen werden aangelegd (o.a. op het Zwitsers Huis). De naam de Bloedberg is gegeven omdat de aanleg door werklozen “zweet, bloed en tranen” kostte. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd veel groen in het duinbos opgeofferd (bunkers, loopgraven, houtroof). 1945 – heden De bunkers werden afgebroken. Het oorspronkelijke plan voor 7 villa’s in het bos werd uitgebreid naar 13. Tussen 1951 en 1962 werden deze villa’s gebouwd: 2 aan de Kwekerijweg en 11 aan de Hubertusweg. In 1970 werd het Hubertusviaduct in gebruik genomen. Hiervoor is een deel van het bos opgeofferd. Een nieuwe ontwikkeling is de aanleg van de Noordelijke Randweg Haagse Regio (NORAH) als verbinding tussen de Rijksweg 4, Landscheidingsweg en het Sint Hubertusviaduct. Door middel van een (geboorde) 1.400 meter lange tunnel onder het bos wordt de Landscheidingsweg verbonden met het Hubertusviaduct. De tunnelmonding bevindt zich aan de rand van het bos aan de zijde van de Waaldorperweg. Uitvoering van het project in dit trajectgedeelte start in het najaar van 2004. |
||||||||
|









