Nogmaals Sint Maarten
 
COLUMN | Nogmaals Sint Maarten
 


Het is elf november en door de straat klinkt het liedje “Ik loop hier met mijn lantaren, lantaren loop met mij”. Dit liedje doet mij denken aan mijn jaren in de eerste en tweede klas. Elke keer als het elf november was moesten we mesjes meenemen om de knollen mee uit te hollen. Thuis voorzag ik het gereedschap van een pleister waar mijn moeder dan mijn naam op zetten en er een stevig elastiek omheen bond. Ze zei dat ik het zo niet kwijt kon raken, maar ook zij wist dat ik altijd met een aardappelschilmesje minder thuis zou komen.

Eenmaal op school gingen we in groepjes bij de tafeltjes zitten waar juffie dan voor iedereen een knolletje had neergelegd. Nadat we onze mesjes hadden uitgestald kon het uithollen beginnen. Dit was altijd een gezellige boel. De prullen van de knolrapen vlogen alle kanten op en onder luid gekwebbel maakte we mooie sterren en manen in onze knol. Soms deed het mesje niet wat jij wilde en werd de ster een vallende ster, zo leerde we creatief om te gaan met onze foutjes. Er waren ook vaak zesdeklassers die ons moesten helpen. De meisjes waren gezellig met hun aan het kletsen en de jongens wilde altijd gepakt worden, waardoor juffie af en toe moest ingrijpen omdat het te ruw werd.

Hoe langer we bezig waren, hoe meer het lokaal naar de knolrapen begon te ruiken en iedereen verzamelde de restjes knolraap in een zakje. Dit was voor je moeder of voor je huisdier. Ook waren er kinderen die dit durfden op te eten terwijl anderen hun ongelovig aankeken. Aan het einde van de dag werd iedereen opgehaald door zijn vader of moeder en met trots lieten we dan onze kunstwerkjes zien.

 

Diezelfde avond gingen we weer naar school want we zouden in een optocht langs de deuren gaan. We hadden de hele week al liedjes geoefend want het lekkers zouden we niet voor niets krijgen!

Samen met mijn broertjes liep ik de school binnen die verlicht werd door kaarsjes. In de grote zaal vertelde een juffie of meester een verhaal waarna we naar onze klas gingen. Hier zocht iedereen zijn knolletje op en het lichtje werd aangestoken. Samen met juffie, die een grote mand bij zich had, liepen we zingend naar buiten. Het was koud en donker, maar door de lichtjes en de liedjes vergat je dit al snel. Bij elke deur zongen we enkele liedjes en als beloning kregen we fruit of snoep. Als de mand vol was gingen we terug naar school en in de klas werd al het lekkers verdeeld.

Op weg naar huis genoot ik van de lekkere dingen en met het brandende knolletje op mijn schoot neuriede ik:“Daar boven stralen de sterren, beneden stralen wij”.

 

Eveline Buddenberg (11.2)

> De Vrije School Den Haag © 2004-2005 > Powered By Dinamite Internet Services