Zwitserland; een land met bergen, meren en het belangrijkste: sneeuw! Nou ja, dit jaar was er eigenlijk alleen maar ijs op de pistes, niks geen sneeuw. Maar voordat wij in dit prachtige land waren moesten we nog op reis. Met de auto wel te verstaan. Deze twaalf uur lange reis was voor velen wel herkenbaar geloof ik. Het gebruikelijke gekibbel achterin door de kinderen, en gekibbel voorin door de ‘volwassenen’ over de weg en de kaart. Heerlijk, die vakantie. Ik verbleef in een gammel uitziend Chalet in Zwitserland. Het was er knus en gezellig en meerdere gezinnen verbleven in een eigen kamertje met stapelbedden. Het centrum in het dal bestond uit een wat dikke, onflatteus verlichte straat vol primitieve winkeltjes. ‘Typisch Zwitsers’ stond er in de brochure, maar het merendeel van de mensen die ik tegenkwam sprak Nederlands. Elke ochtend trok ik met mijn moeder en zusjes er op uit om een dag vol skiplezier te beleven. Als we dan bovenaan de piste stonden begon het al; ‘Ik wil die rode piste nemen’, en ‘Nee, laten we maar die stoeltjeslift nemen en dan die kant op’. Uiteindelijk werden we het wel eens, en deden we wat we hadden besloten. Althans, zo zagen de laatste dagen er uit. De week begon namelijk bagger. Omdat ik snowboard, ben ik wel honderd keer gevallen op elk plekje van mijn lichaam waar je op kán vallen, aan het einde van de week leek ik wel op een blauwe koe met groene vlekken. Heerlijk, die vakantie. Mijn zussen en ik kregen les van Manu, een Zwitserse twintiger die redelijk Engels sprak. Zijn manier om les te geven was erg apart. Zo zei hij elke keer als wij een bochtje moesten maken ‘Use all those muscles that make you look sexy!’. Het zag er niet uit! Nee, ik hou het maar mooi bij mijn eigen techniek, ‘Thank you’. Als de piste dicht was, kon het après-skiën beginnen. Eigenlijk het leukste van de hele vakantie, omdat je daar pas de échte verhalen hoort en de meest rare mensen ontmoet. Zo was bijvoorbeeld onze kok ook vaak aan de bar te vinden. Na het ‘harde’ werk, dronk hij gezellig met de sportievelingen mee. Zijn verhalen waren nog het verbazingwekkendste van allemaal. Zo begon hij eens op een keer tegen mij aan te praten; ‘Ja... mijn oma is hard bezig geweest, ze heeft in totaal twee-en-twintig kinderen gekregen’. Dan zuchtte hij en nam een forse slok van zijn biertje. ‘Ze woonde in een dorpje in het noordwesten van Rusland, en ja, je moet toch wat als je de hele dag binnen zit verkleumd van de kou’. ‘Je kan toch ook gaan skiën?’ zei ik. Maar nee, veel te gevaarlijk vond-tie. Hij kwam alleen maar voor de gezelligheid. ‘Dat je je nek wilt breken moet je zelf maar weten!’. En met deze wijze woorden vertrok hij weer naar zijn kleine keukentje om voor de gasten een heerlijk maal te bereiden. Deze waren lekker lui, niets doen behalve skiën, een hemel op aarde. De week kwam tot een einde en we namen vroeg in de ochtend afscheid van iedereen, met tranen in de ogen natuurlijk. ‘Nee zo’n vakantie krijg ik nooit meer’, denk ik elke keer, maar toch wordt de oude vakantie elke winter overtroffen. De terugreis ging erg goed, geen gekibbel, geen geruzie over de weg. Alleen maar rustige muziek en stilte. Iedereen was brak van die avonden en dagen ervoor, wild gefeest, gevierd en genoten. Heerlijk toch, die vakantie? |
||||||||






