DIK
“Ja. En ze is heel mooi. Slank.” “Ja! Iedereen houdt van haar.” “Eerlijk gezegd voel ik me inderdaad emotioneel instabiel sinds ze dat gezegd heeft. Ik denk dat ik nu mijn vinger in mijn keel ga steken.” “Mama, je bent niet echt steunend.” “Niet op de goede manier. Je hoort te zeggen dat ik mooi ben zoals ik nu ben. Dat dat meisje op school alleen maar jaloers op me is en op het moment dat ik dreigde eens lekker over mijn nek te gaan, met opzet, hadden er tranen in je ogen moeten springen. Je had me moeten omhelzen en moeten snikken: ‘Oh, ik heb gefaald als moeder, mijn bloedeigen kind vindt zichzelf lelijk!’. Dan zouden we een lang, serieus gesprek hebben. Uiteindelijk zou ik me weer helemaal zelfverzekerd voelen en we zouden samen de hele nacht op blijven om een voodoopoppetje te maken van het meisje dat zo gemeen tegen “Maar meisje toch, ik zou er geen bal van menen!” “Zo, dat ik dat maar alvast weet!” “Wat wou je daarmee zeggen, lieverd?” “Wat is wat? Wat? Wat kijk je? Is er wat?” “Wat is het?!” “OH NEE!!! HET IS EEN VETROL!” Madelon 11-2 |
||||||||






