Na lestijd op de Waalsdorperweg. Als ik het klaslokaal binnen kom is Michiel van Gent nog in gesprek met een leerling. Rust en bezieling, dat kenmerkt hem zeker. Van Gent is de klassendocent van klas 7-IV, de eerste klas die de praktische stroom volgt in Den Haag.
“Eigenlijk hoort de praktijk sterk verweven te zijn met het Vrije School onderwijs, maar dat is in het huidige onderwijsbestel maar matig te verwezenlijken. De nadruk ligt toch op de cognitieve kant, de praktische kant is erg ondergewaardeerd in de maatschappij. Totdat je een goede loodgieter nodig hebt, natuurlijk. De kinderen die vooral vanuit de (lichaams)praktijk leren vallen hierdoor wat makkelijker buiten de boot. In de P-stroom willen we binnen de Vrije School ook voor deze kinderen een huis bieden.” “De P-stroom is uiteraard niet alleen praktijk. Ook een bakker wil een goede brief kunnen schrijven of beter begrijpen waarom bepaalde bakprocessen verlopen zoals ze verlopen. We draaien wel de volgorde om: van praktisch leren naar cognitief leren. Deze kinderen halen immers hun motivatie vooral uit de doevakken. Door vervolgens in de leervakken een goede reflectie op de net opgedane praktijkervaring te leveren creëren zij bij wijze van spreken zelf de theorie. De docenten zijn dus bezig hun ‘zelfstandige creativiteit’ verder te ontwikkelen: vanuit het werken met het lichaam wordt een individuele relatie met het leren gelegd.” “De dag begint met twee uur ambachtelijk, praktisch werken, zoals b.v. houtbewerken, schilderen, wilgen knotten of smeden. Drie weken achtereen hetzelfde handwerk. Na twee uur zijn de kinderen opgewarmd, wakker en klaar voor het hersenwerk. De cognitieve vakken die daarop volgen hebben we zo gekozen dat er voldoende raakvlakken en ervaringsparallellen met de praktijk uit de ochtend zijn. Deze vakken zijn dus wel sterk vanuit de praktijk opgezet, zijn heel ontdekkingsgericht: bij het wilgenknotten heb je te maken gehad met het samenspel van medeleerlingen, materialen, gereedschappen, natuurwetten ( “Hoe valt een tak? Hoe zaag je ’t best? etc”), plannen, tegenslagen, euforie “Van onderen!!!... Boem! Wauw!!” Daarna is de openheid voor de taalles vanzelfsprekend: Hoe bouwen we een gedicht op? Welk woord, ritme, welk wending, etc. geeft het beste effect? En inderdaad het resultaat was boven verwachting! Hoe zou dat nu komen? Wat ik zie is dat de kinderen hierbij zeer veel samenwerken, delen en reageren op wat de anderen beweren. Als ze vervolgens al samenwerkend denken dat een antwoord goed is, dan willen ze het toch ook nog eens echt uitproberen. Wat je ook ziet is dat ze zelf de logica van het proces ontdekken, zoals bij koken: dat je tijdens het wachten op het gaar worden van de rijst alvast de volgende stap, namelijk het tafel dekken en opdienen, moet plannen om het eten nog warm te kunnen eten. Je ziet hoe ze het al doende ontdekken en later op de dag kan ik dat gebruiken voor het veralgemeniseren van de ervaringen. Het leuke bij deze kinderen is dat als het bij de ervaring aansluit ze ook zeer gemotiveerd zijn om de theorie te ontdekken. Wat voor deze kinderen ook belangrijk is: ze moeten hun schoolleven ook op school kunnen afsluiten. Er is een lesuur om het huiswerk te maken en ze nemen als het even kan geen huiswerk mee naar huis. Thuis hebben ze vaak een andere motivatie voor huiswerk. Ik merk dan bijvoorbeeld meer inzet voor toevoegingen voor de hoofdonderwijsvakken ” “De praktische of ambachtelijke stroom is geen recent idee en ik heb het ook zeker niet alleen gedaan. Ik ben in Gouda in de jaren tachtig al bezig geweest met een groep ouders met het ontwikkelen van een praktische stroom. Ben heel ver gekomen, maar het is daar niet van de grond gekomen. In Zutphen is men overigens al 13 jaar bezig en in Nijmegen al 10 jaar. In november 2005 heb ik het hier aangekaart en men was positief. In een stuurgroep (met vier anderen) hebben we een leerplan ontwikkeld. Ook hebben we ons in korte tijd intensief georiënteerd op andere scholen. We hebben een team samengesteld waarin vooral het aandeel ambachtsleraren groot is. Ik geef zelf vier praktische periodes en wel alle hoofdonderwijs vakken. Omdat het nieuw is vonden we het ook noodzakelijk om mensen van buiten in te schakelen om ons scherp te houden: de Spiegelgroep. In de Spiegelgroep zitten docenten uit Rotterdam en Nijmegen, Den Haag en een ouder (Martine Wijers). Ze delen en ze spiegelen onze ervaring. Stellen ons vooral veel positief kritische vragen.. De groep is dit jaar al drie keer bij elkaar gekomen en de planning is nog twee keer dit jaar. Daarna nog 2 à 3 jaar met dezelfde frequentie.” “Het was geen makkelijke start met de klas. Allereerst hadden we rekening te houden met het feit dat alle kinderen in deze klas wel wat op hun blazoen hebben (zoals dyslexie en dyscalculie, maar geen gedragsstoornissen). Dat betekent vaak dat die kinderen soms al jaren lang minstens één keer per week te horen hebben gekregen: dat zul jij wel niet kunnen… ofwel het zelfvertrouwen op leergebied was niet erg groot. Dus onze eerste opdracht was om de ervaring terug te krijgen dat je wel wat kunt en dat dat er toe doet! We wilden zorgen voor succeservaringen, zowel door de kick van het smeden als ontdekken dat je zelf een theorie of pad kunt verzinnen, ontdekken en testen. Wat we ook wilden vinden is de intrinsieke motivatie: waardoor kunnen we ze prikkelen om toch die voor hen moeilijke cognitieve zaken te doen. Goed werkte bijvoorbeeld de opdracht op papier het knotwilgen zo uit te leggen dat anderen precies weten hoe ze het moeten doen: beeldentaal met exacte aanwijzingen. Sommige zaken konden ze niet met een tekening uitleggen en dan moet je toch in goed Nederlands opschrijven wat je wil uitleggen. En ze wilden allemaal zelf dat die teksten perfect waren. Heerlijk om te zien. Wat ook aantrekkelijk blijkt: “het moeilijkste woorden dictee”. Uit de Metro of de Spits halen we woorden die mensen van hun leeftijd vaak gebruiken en dan maar goed uitzoeken hoe ze gespeld worden, zoals ‘relaxed’ etc. Tot nu toe ben ik echt tevreden.” “Ach, het levert soms zulke goede momenten. Een jongen die opeens tegen me zegt: ‘Ik kan veel meer dan ik dacht.’ Zo’n jongen heeft weer een positieve kijk op zijn capaciteiten en die is weer iemand. Dat heb ik gelukkig vaak kunnen merken met die succeservaringen. Aan veel kinderen zag je dat ze dat niet van zichzelf gedacht hebben, of dat nu in de kroon van een boom klimmen is of een stevig smeedwerk maken. Ook van de ouders krijgen we veel positieve signalen. Dat geeft meer dan alleen voldoening van een gelukte les.” De Haagse Praktische Stroom (HPS) leraren zijn: Freja Schouten (Engels), Karin ten Broek (Textiel), Maaike van de Gevel (Boetseren), Rick Ehlert (Gym), Rimmert Leverland (Smeden), Sietske Asselbergs( Muziek en jongleren) Vera ter Veen (Schilderen en tekenen), Christiaan Naves (Houtbewerken) Michiel van Gent (Hoofdonderwijs, koken, tuin en landschapswerk) De Stuurgroep HPS bestaat uit: Wout Balsma, Vera ter Veen, Maaike van de Gevel, Christiaan Naves en Michiel van Gent Door Barend van Engelenburg, in Bijblijven 16 maart 2007
|
||||||||||||







