decaan / Een voorbeeld van Industrieel Ontwerpen
 
decaan | Een voorbeeld van Industrieel Ontwerpen
Een voorbeeld van Industrieel OntwerpenGemaakt op: 26-11-2010 om 7:20

In de jaren negentig konden apparaten steeds meer, maar begrepen gebruikers er steeds minder van. Er ontstond een heel nieuw vakgebied: mens-machine-interactie (MMI). Het Innovatiegerichte Onderzoeksprogramma (IOP) dat zich hier tien jaar mee bezighield, sluit de deuren.

Océ Technologies is vanaf het begin betrokken bij het IOP. Jo Geraedts is manager Design bij Océ en sinds 2001 lid van de adviescommissie. Hij vertelt over wat het IOP heeft opgeleverd, voor Océ en voor de rest van Nederland.

Waar gaat mens-machine-interactie eigenlijk over?
Het gaat over het zo goed mogelijk ontwerpen van dat deel van een apparaat dat interactie tussen mens en machine mogelijk maakt, de ‘user interface’. Een apparaat moet intuďtief en makkelijk te bedienen zijn en doen wat de gebruiker verwacht. Ook moet de gebruiker snel met een nieuw apparaat kunnen leren werken.

Wanneer werd mens-machine-interactie bij Océ een issue?
In de jaren negentig werden onze machines digitaal en werden de mogelijkheden snel groter. De bediening bleek steeds lastiger, we merkten dat de gebruikers er niet blij van werden. In eerste instantie probeerden we dat op te lossen door goed grafisch design, maar dat was al snel niet genoeg. Toen zijn we gestart met ‘user centred design’ en ’usability research’.

Hoe kwam Océ terecht bij het IOP MMI?
Het bleek dat meer bedrijven tegen dezelfde problemen aanliepen. Een voorloper van NL Innovatie bracht ons bij elkaar. Naast Océ deden onder andere mensen van Thales, Philips, IBM en de Rabobank mee. In de eerste fase van het IOP ging het vooral om van elkaar, en het lopende universitaire onderzoek te leren.

Geef eens een voorbeeld van iets wat Océ concreet heeft geleerd van andere IOP-leden?
In de jaren ‘90 deed iedereen gebruikersobservaties in een kamer met een ‘one-way-mirror’. Philips had al zo’n kamer toen wij die nog niet hadden. Wij gebruikten hun kamer voor onze onderzoeken. Toen merkten we dat het belangrijk is dat de proefpersonen en de observatoren elkaar niet kunnen horen. Als iemand van het project iets te hard lacht omdat een proefpersoon iets doms doet, is de hele test verknald. Daar hebben we ons voordeel mee gedaan toen we ons eigen testlokaal bouwden.

Bleef het IOP beperkt tot een clubje van grote bedrijven?
Nee, langzamerhand kregen we steeds meer zendingsdrang. Het MKB loopt op dit gebied nog erg achter. In onze onderzoeksprogramma’s hebben we er steeds beter op gelet dat er ook kleine bedrijven bij zaten. Verder hebben we onze kennis verspreid door onder andere congressen, een boekje en een cd met cases op het gebied van ‘user centred design’.

Wat zijn de belangrijkste resultaten?
Het belangrijkste is dat een aantal grote bedrijven veel kennis heeft opgebouwd en publiek gemaakt. Een nuttig uitvloeisel is ook dat er een bedrijf is opgestaan dat apparatuur voor usability-onderzoek levert. Hele bijzondere meetinstrumenten die de universiteiten vroeger zelf moesten bouwen. De beschikbaarheid van technologie neemt voor bedrijven de drempel weg om iets met usability te doen.

En de wetenschappelijke output?
Op dit moment ben ik zelf hoogleraar in Delft bij de faculteit Industrial Design. Meer leden van de adviescommissie zijn in het vak meegegroeid en zijn hun kennis gaan overdragen.

Het IOP MMI stopt ermee, is het werk af?
We hebben heel wat bereikt, maar af is het nooit. Gelukkig zet CHI, de beroepsvereniging van interactieontwerpers, het werk gedeeltelijk voort. Wij hebben geholpen om een professioneel bureau op te richten waar iedereen met vragen terecht kan.
Bij ontwerpers van hardware is het onderwerp nog veel minder geland. We proberen nu in Point One het grootste innovatieprogramma van Nederland, mens-machine-interactie als thema te promoten.



vorige:
Niet-commerciële sites voor de universiteiten
volgende:
DAPA data van open dagen
> De Vrije School Den Haag © 2004-2005 > Powered By Dinamite Internet Services