Met wiskunde ga je de stof die je eerder in de vorige klassen hebt geleerd toepassen. Zo leren we hoe je fantasie-krommen moet tekenen, berekenen en een naam geven. Wist je dat 0/0 niet altijd 1 hoeft te zijn, maar 7, 4, 100 of –3, -6 of –oneindig enzovoort? Ook leer je hoe je de eerste afgeleide kunt vinden. Dit wordt duidelijk gemaakt met tekenen. Hierna leer je de tweede afgeleide af te lezen, en te tekenen, en weer terug te berekenen. Hier krijg je met “holle en bolle” krommen te maken.
Als laatste leren we hoe we oppervlakte onder een kromme te berekenen, en hoe we die met verschillende notaties kunnen noteren. Doordat je veel berekeningen al wel eens eerder in vorige jaren bent tegen gekomen, is het in de praktijk makkelijker toe te passen dan andere wiskundelessen, omdat je daar de stof voor het eerst krijgt. Madelon 11-2
|
||||||||||||







