In de zevende klas heb je al meteen scheikunde: verbranding en de zoutvorming. Het is een spectaculaire periode met veel vuur en ontploffingen. In de achtste klas worden de voedingsstoffen behandeld, zoals koolhydraten, oliën, vetten en eiwitten. In de negende klas daarnaast alcohol, ethers en organische zuren. De chemische smaakstoffen bij voorbeeld maken we zelf. Het belang van de zgn. esters voor de margarine-, zeep- en kaarsenindustrie komt ter sprake.
In de tiende klas wordt de scheikunde behandeld van de "dode" natuur; zouten, zuren en basen met al hun reacties. In de elfde klas komen de belangrijkste elementen aan de beurt met hun toepassingen in het dagelijks leven en hun optreden in plant, dier en mens. Ook het atoommodel en het geniale periodiek systeem van Iwanowitch Mendelejeff.
In twaalfde klas de meest voorkomende metalen aan de hand van proeven. Ook wat 'alchemie' wordt belicht.
In de vaklessen voor het natuurprofiel oefen je in de tiende symbolen, reactievergelijkingen en je leert wat chemisch rekenen. In de elfde en twaalfde klas moeilijke formules, je doet de atoombouw uitgebreid, koolstofchemie en reactiesnelheden; moeilijke dingen kortom, maar ook bijvoorbeeld oplaadbare en niet oplaadbare batterijen.
Over scheikunde op de algemene site. Klik in het menu links op 'vakken'. Helemaal onderaan staat de koppeling naar 'exacte vakken'.