Het Nederlands heeft niet alleen veel woorden uit andere talen overgenomen, maar ook op grote schaal woorden aan andere talen uitgeleend, zo luidt de conclusie van Van der Sijs na jarenlang onderzoek. Met behulp van ruim vijftig stagiairs en vrijwilligers vond ze 17.560 Nederlandse leenwoorden in 138 talen: onder meer 40 in Europa, 17 in Afrika ten zuiden van de Sahara, 42 in Azië en Oceanië, 27 in Noord- en Zuid-Amerika. Ze schreef er een boek over, Nederlandse woorden wereldwijd, dat begin november wordt gepresenteerd.
De koevoet, een breekijzer, heet zo omdat het uiteinde lijkt op de gespleten hoef van een koe
‘Gas’ en ‘kraan’ zijn in 49 talen overgenomen.Tot nu toe nam men aan dat het Nederlands vooral veel scheepvaarttermen had uitgeleend (onder meer aan het Russisch, 'bakboord'en 'stuurboord'), maar de lijst wordt aangevoerd door woorden voor gebruiksvoorwerpen.
„De Nederlanders en Vlamingen”, geeft Van der Sijs als verklaring, „vertrokken over het algemeen niet uit de Lage Landen om elders hun levensstandaard te verbeteren. Wat ze meenamen waren hun vertrouwde dagelijkse spulletjes: gereedschap, potten en pannen, kommetjes en bakjes, pennen en naalden. Woorden als boor, schop, koevoet, koolpot en bakoven waren zo ‘gewoon’ dat ze gemakkelijk werden overgenomen”.
Maar nu de vraag uit de titel. Welk Nederlands woord is het vaakst uitgeleend aan andere talen? ‘Baas’, dat 57 maal is overgenomen, dan wel rechtstreeks uit het Nederlands, dan wel via het Amerikaans-Engelse boss, dat van het Nederlandse baas is afgeleid.
Waarom juist dit woord? De Leidse taalkundige Nicoline van der Sijs heeft het uitgezocht. „We moeten wel concluderen dat Nederlanders en Vlamingen graag overal de baas spelen of speelden – aan boord van schepen, op plantages, enzovoorts. De hoge frequentie zal samenhangen met het feit dat baas niet alleen een beroepsaanduiding is, ook een aanspreekvorm.”
Door Eout Sanders in NRC