| Wat je moet weten van Hans Hagen | Gemaakt op: 10-1-2009 om 23:34 |
_door_Amber_Beckers.jpg)
Is het leuk om schrijver te zijn?
‘Ja –’
Heb je al meer dan 44 boeken geschreven?
‘Ja –’
Heette je eerste boek Elke dag een hokje?
‘Ja –’
En je dertiende boek Het gouden oog?
‘Ja –’
Las je vroeger veel strips?
‘Ja –’
Schrijf je daarom nu zelf ook stripverhalen over Jubelientje?
‘Ja –’
Maak je wel eens een taalfout?
‘Na –’
Hou je van Thais eten en van hardlopen in het bos?
‘Ja ja –’
Hou je van duiken en schaatsen?
‘Ja-haa – ’
Heet een van jullie boeken Jij bent de liefste?
‘Ja –’
Staat Immes foto op de kaft van je boek Rec Play?
‘Ja –’
Heeft ze al een vriendje?
‘Ja –’
Jammer.
‘Ja –’
Heb je vier Zilveren Griffels gewonnen?
‘Ja –’
En één Gouden Griffel?
‘Ja –’
Kan je met zo’n Griffel echt op een leitje schrijven?
‘Ja –’
Ga je vaak op reis voor je boeken?
‘Ja –’
En dan kom je onderweg op ideeën voor verhalen.
‘Ja –’
Vond je het begin van De dans van de drummers in Ghana?
‘Ja –’
Warm zeker daar?
‘Ja –’
Bedacht je De kat en de adelaar in Pakistan?
‘Ja –’
In een bus?
‘Ja –’
Is De weg van de wind je dikste boek? O nee, is al gevraagd.
‘Ja –’
Schrijf je meestal overdag?
‘Ja –’
Word je wel eens midden in de nacht wakker met een idee voor een verhaal?
‘Ja –’
Kan je daarna weer verder slapen?
‘Ja –’
Boek 38 was een dichtbundel van jou hè?
‘Ja –’
En die heette Maar jij?
‘Ja –’
En boek 39 ging over paarden?
‘Ja –’
Schreef je het samen met Monique?
‘Ja –’
En boek 46?
'...?'
Was dat het geschenk van de kinderboekenweek in 2008?
‘Ja –’
Komt er nog een nieuw boek van Jubelientje?
‘Ja –’
Echt waar?
‘Já-áá –’
Heet dat Jubelientje krijgt jonkies?
‘Ja –’
Dacht ik al.
‘Ja?'
Heb je een geheim telefoonnummer?
‘Ja –’
Begint het met 06?
‘Ja –’
Goed geraden hè?
‘Mm...’
Vond je het goeie vragen?
‘Tsja…’
Hans Hagen
Op 10 september 1955 ben ik geboren in 's-Graveland. Ik ben getrouwd met Monique Hagen (presentatrice van Klokhuis) en wij hebben een dochter Imme die in 1984 geboren is. Samen met Monique heb ik enkele dichtbundels geschreven. Bij het maken van de eerste twee bundels lieten wij ons sterk inspireren door onze dochter. Tussen de tweede en derde bundel zat tien jaar.
Samen schrijven
‘Duurt dat nou lang, zo'n gedichtje maken?' vragen mensen vaak. Ik zou graag zeggen: ‘Ach welnee, een kwartiertje, hooguit een uur'. Maar helaas... Een heel lange dag werkte ik aan het titelgedicht van Jij bent de liefste. Drie goede zinnen kreeg ik op papier, verder vooral veel on-zinnen. Toen Monique 's avonds vroeg of ik nog iets gedaan had, las ik de drie regeltjes voor:
ik zoek een woord
een heel nieuw woord
een woord dat niemand kent.
Zonder nadenken vulde Monique aan:
ik zoek een woord
dat zeggen wil
dat jij de liefste bent.
En toen was het gedicht af. In drie seconden deed zij wat mij in acht uur niet gelukt was. Samen schrijven kan heel handig zijn. Als je tenminste niet drie avonden over een woordje zit te bakkeleien, want dat komt ook regelmatig voor.
Bij de boeken van Jubelientje sta ik er alleen voor. Hoewel, alleen... Mijn dochter had op een bepaald moment acht (over)grootouders, en zij was het enige (achter)kleinkind. Dus niets was te dol. Die acht lieten zich samenballen tot één onovertroffen oma die alles voor haar kleinkind over heeft.
Jubelientjes oma leest vaak voor - twee keer per dag, drie keer - in ieder geval elke avond voor het slapen gaan. Net als wij bij onze dochter deden. Zij wilde zoveel verhaaltjes horen dat we er op een gegeven moment maar een cassetterecorder bij haalden. Met een microfoon in de hand namen we onszelf al voorlezend op. Dan kon zij daarna hetzelfde verhaaltje nog eens horen en nog eens. Vaak luisterden wij met haar mee. Vielen wij in slaap terwijl zij nog klaarwakker aan het luisteren en terugspoelen was.
Reizen
Veel van wat ik heb geschreven is ingegeven door dingen die mij op een bepaald moment bijzonder bezig hielden. Zo zijn de boeken 'Als je van een wolk valt' en 'De man met de rode jas' geschreven naar aanleiding van de dood van mijn broer. Het onderwerp onsterfelijkheid behandelde ik ook in 'Koning Gilgamesj', dat gebaseerd is op een eeuwenoude vertelling. Ik raakte geboeid door het verleden en besloot nog een historisch verhaal te maken: 'Het gouden oog'. En na dat boek volgden er nog twee dikke boeken over de avonturen van Yarim, een jongen die bijna vijfduizend jaar gelden leefde.
Regelmatig bezoek ik met Monique Nederlandse scholen in binnen- en buitenland. Ik heb bijvoorbeeld gewerkt in Singapore, Indonesië, Ghana, Tanzania, Ethiopië, Kenia, Egypte, Aruba, Bonaire, Curaçao, Letland, Brussel, Dubai en Parijs. Zulke reisjes maken schrijven nog leuker dan het al is. Voor je werk op vakantie - wie wil dat niet?
Nooit meer ......... ?
Voor Taptoe maakte ik laatst een column over het onderwerp 'Nooit meer'. Ik schreef: Nooit meer een hond! Dat denk ik als het giet van de regen. Maar ja, onze Wooley zit ’s ochtends vol poep en plas... Smekend kijkt hij me aan. En dan wandelen we naar het bos. Nooit meer een boek! Dat denk ik als ik aan een nieuw verhaal begin en niets verzinnen kan. Als alles mislukt. Gaat het over een jongen of een meisje van acht of elf? Hoe heet hij/zij? Die naam is belangrijk, want in mijn fantasie doet een Jubelientje heel andere dingen dan een Madonna of een Truus. Speelt het verhaal in Nederland of China? En het belangrijkste: waarover zal het gaan? Met dit soort vragen zit ik achter mijn bureau. In m’n eentje. Wanhopig. Dag in dag uit, soms wekenlang. En dan vind ik Schrijver het stomste baantje dat bestaat. Zou ik liever Landmeter zijn of Taxichauffeur, Dennis Bergkamp, Gianni Romme, Stinkend rijk! Op zulke momenten ben ik blij dat we een hondje hebben. Vind ik het fijn als Wooley tegen me opspringt of bij de deur gaat staan. Sjok ik extra lang door het bos. Trek ik me van de donkerste regenbui niets aan. Ik kan het niet meer, somber ik dan. Nooit meer schrijven. Nooit meer een boek! De laatste keer dat ik dit dacht, deed Wooley vreselijk zijn best om me op te vrolijken. Hij sprong voor me uit. Vloog een haas achterna. Rolde uitbundig door een verse koeienvla. Zag helemaal groen van de stront, van achter en van voren. Opgewonden zwaaide zijn staart in het rond. Er zat zelfs poep in zijn oren. En ineens was het idee van Nooit-meer-een-boek verdwenen. Ik wist over wie mijn nieuwe verhaal zou gaan. Ik rook het.
Duiken
Na de middelbare school ging ik naar de lerarenopleiding in Utrecht. Daarna heb ik twee jaar lesgegeven op de middenschool in Lelystad. Vanaf 1981 was ik drie jaar speldocent bij jeugdtheatergroep Stennis. In 1985 werd ik redacteur van het kindertijdschrift Taptoe. Ik schreef ook verhalen voor tijdschriften, zoals: Okki, Bobo, Ezelsoor, Jippo en Weet ik. Vanaf 1987 ben ik fulltime schrijver. Ik werk ook af en toe als tekstschrijver voor radio en tv. Samen met Monique schreef ik bijvoorbeeld hoorspelen voor de radio en een aantal scènes, liedjes en verhalen voor Sesamstraat. Ik schrijf altijd, zon of regen, dat maakt niet uit. Maar: als er ijs is, ga ik de polder in en schaats, schaats, schaats. In de zomer duik ik graag het water in. Zuurstoffles op mijn rug, kompas om de weg niet kwijt te raken en dan genieten van de wereld onder water. Vissen, wrakken, planten - het is daar zo mooi...
Hans en Monique Hagen
Hans Hagen werd op 10 september 1955 in ’s Graveland geboren. Op school was hij een verlegen jongetje dat goed in rekenen was. Het vak Nederlands lag hem juist helemaal niet en psalmversjes uit zijn hoofd leren vond hij een ramp. Thuis waren er nauwelijks boeken, wel Sjors & Sjimmies en Lassiestrips. Na de MULO en de HAVO, werd Hans leraar Nederlands en geschiedenis, daarna speldocent bij jeugdtheatergroep ‘Stennis’. Vervolgens werd hij eindredacteur van ‘Taptoe’. In 1987 stond het eerste verhaal van Jubelientje in de Margriet en toen begon zijn schrijverscarrière pas echt.
Monique Hagen werd op 18 november 1956 in Leiden geboren. Ze was de oudste in een gezin van zes kinderen en las veel sprookjes voor aan haar broertjes en zusjes. [Haar vader was arts-RJV]. Ze noemt zichzelf een nogal paniekerig kind. Ze was panisch voor bloed en toen haar eerste tand eruit ging, kreeg ze het boek ‘De drie gekroonde paardjes’ van Piet Worm over drie paardjes en drie prinsesjes.
Ze volgde een opleiding tot kleuterleidster (de KLOS), ging naar de Academie voor Expressie door Woord en Gebaar in Utrecht [in 1977 – RJV] en vervolgens richtte ze met een aantal anderen de jeugdtheatergroep ‘Stennis’ op. Ze presenteerde vijftien jaar lang ‘Klokhuis’ en voor de ‘Taptoe’ en de ‘Okki’ schreef ze informatieve stukjes over allerlei onderwerpen. Het eerste gedichtje, dat ze verzon, was een slaapverhaaltje voor haar dochtertje Imme. Samen met Hans schreef ze onder andere de dichtbundels ‘Daar komt de tijger’, ‘Misschien een olifant’ en ‘Jij bent de liefste’.
Hans schrijft romans en gedichten, die voor verschillende leeftijdsgroepen bestemd zijn, zoals de verhalen voor beginnende lezers over Jubelientje en ‘Zwaantje en Lolly Londen’ en tienerboeken als ‘Het gouden oog’ en ‘Rec.play’.
Wanneer Hans een boek schrijft, is hij daar in zijn hoofd continue mee bezig. Hij kan in die periode van schrijven niet ook nog eens een boek lezen. Schrijven is voor Hans verrassend, versteld staan, woordspelingen vinden, maar ook stil worden.
Hans vindt het leuk om zichzelf te citeren in zijn boeken: als je goed leest, vind je misschien wel hetzelfde zinnetje in twee verschillende boeken van hem!
Hans schrijft heel beeldend: in ‘Het gouden oog’, een historische roman over Yarim die zich afspeelt in het gebied dat nu Irak is, zie je het beeld van Yarim die zich met een speer op een leeuw laat vallen, als een scène in een film voor je.
Gedichten schrijven is voor Monique onder andere puzzelen: hoe zet ik het beeld dat ik heb om in een tekst? De zinnen moeten dan ook nog eens in elkaar passen. Maar vaak is poëzie ook ideeën samenvoegen waarin het beeld van een stoel uiteindelijk leidt tot een gedicht over een bloem.
Naast gedichten, schrijft Monique ook informatieve boeken. Het was al haar wens om een soort ‘Klokhuis’ in boekvorm te maken, zoals ‘Het paardenboek’, dat ze samen met Hans schreef. Hoewel het in een informatief boek vooral om de inhoud gaat, vindt Monique de taal waarmee de inhoud wordt verteld ook belangrijk. Ook een informatief boek moet soepel en ritmisch lezen.
Je hebt Jubelientje, Zwaantje, Yarim, Dudu Addi, Sidi: allemaal figuren in de boeken van Hans. De namen van de personages zijn erg belangrijk voor de schrijver. Jubelientje moet Jubelientje heten en niet anders. Een naam als Anne of Marijke past niet bij het ondernemende karakter van dat meisje. Personages worden echte mensen van vlees en bloed, hebben een eigen wil. Hans zal Jubelientje bijvoorbeeld nooit kikkers laten pesten, want zo is Jubelientje niet, dat past niet bij haar.
Hans bewijst met zijn boeken dat de taal een rijk middel is, dat een boek tot een bijzonder boek maakt. Taal is muziek van de woorden, zeker in het met een Gouden Griffel bekroonde, ‘De dans van de drummers’.
Bibliografie Hans Hagen
Titel: Uitgeverij: Soort boek: Leeftijd:
'Elke dag een hokje' Kosmos realistisch verhaal 6+
'Koning Gilgamesj' Van Goor historisch verhaal 12+
'Dag opa van de pop' Van Goor realistisch verhaal 6+
'De man met de rode jas' Van Goor realistisch verhaal 8+
'Als je van een wolk valt' Van Goor mysterieus verhaal 11+
'Het gouden oog' Van Goor historisch verhaal 11+
'Jubelientje en haar liefste oma' Van Goor realistische verhaaltjes 5+
'De weg van de wind' Van Goor historisch verhaal 12+
'Jubelientje leert lezen' Van Goor realistische verhaaltjes 5+
'Maliff en de wolf' Van Goor sfeervol oosters verhaal 7+
'Salto Natale' Van Goor gedichtenbundel 12+
'Stilte a.u.b. ik denk aan de kip' Van Goor prentenboek 4+
'Jubelientje legt een ei' Van Goor realistische verhaaltjes 5+
'Kwaad bloed – Enuma Elisj' Van Goor historisch verhaal 12+
'De kat en de adelaar' Van Goor verhaal in Pakistan 7+
'Het water kust' Van Goor historisch verhaal 12+
'Jubelientje vangt een vriendje' Van Goor realistische verhaaltjes 5+
'rec.play' Van Goor realistische jeugdroman 12+
'Jubelientje wil winnen' Van Goor realistische verhaaltjes 5+
'Iedereen min een' Van Goor prentenboek 4+
'Jubelientje ontploft' Van Goor realistische verhaaltjes 5+
'Ik wil er twee' Van Goor prentenboek 4+
'Drie keer Jubelientje' Van Goor realistische verhaaltjes 5+
'Ik schilder je in woorden' Van Goor gedichtenbundel 11+
'Jubelientje speelt vals' Van Goor realistische verhaaltjes 5+
'Zwaantje en Lolly Londen' Van Goor realistisch verhaal 5+
'Jubelientje draaft door' Van Goor realistische verhaaltjes 5+
'De dans van de drummers' Van Goor raamvertelling 9+
'Maar jij' Querido gedichtenbundel 12+
'Wilde beesten' Querido vreemde cultuur 9+
Bibliografie Hans en Monique Hagen
Titel: Uitgeverij: Soort boek: Leeftijd:
'Daar komt de tijger' Van Goor gedichtenbundel 3+
'Misschien een olifant' Van Goor kleuterverhaal 3+
'De opruimspin' Stichting Averroès prentenboek 3+
'Banaan' Stichting Averroès prentenboek 3+
'Het paardenboek' Querido informatief boek 10+
'Jij bent de liefste' Querido prenten/poëziebundel 3+
'Ik zie lichtjes in je ogen' Van Goor gedichtenbundel 3+
ps. Wil je meer weten? Kijk dan op: www.hanshagen.nl