Het oud-Germaanse werkwoord had geen echte verleden tijd. Wie toen ‘wij zochten’ wilde zeggen, zei: ‘soki dedun’: ‘zoek deden’. Dat ‘deden’ werd later een grammaticale uitgang: -den en -ten, die wij nu achter een werkwoord plakken om er verleden tijd van te maken. Mede daardoor is het tijdensysteem van het Nederlandse werkwoord complexer dan dat van de oude Germanen geworden. Maar goed, die lui hadden weer wel vijf of zes naamvallen. Bron
|
||||||||||||







