In de 10e klas heb je twee periodes Nederlands: Literatuurgeschiedenis en Poëzie. In de periode Literatuurgeschiedenis hebben we het gehad over de oude Nederlandse literatuur uit de Middeleeuwen.
Ook leerden we de regels voor het schrijven, lezen en begrijpen van het Middel-Nederlands.
We hoorden Frankische Ridder Romans en schreven zelf verhalen in verschillende stijlen vanuit een bepaald perspectief belicht. Zo leefden we ons in in de de Germanen en schreven een eigen verzonnen verhaal dat de titel “Een dagje Germaan” moest hebben. Jacob van Maerlant, Hadewych en Floris ende Blancefleur zijn alle de revue gepasseerd. We leerden wat voorhoofse en hoofse liefde was en hoe deze van elkaar te onderscheiden waren. In deze periode van drie weken kregen we twee proefwerken over de vertelde stof. Bij het laatste proefwerk stond een opdracht om een gedicht in het Middel-Nederlands te schrijven. Zo kon iedereen zijn fantasie en inspiratie uitleven op de laatste vraag.
Lilian Farahani
|
||||||||||||








