In de tiende klas behandelen we met de Middeleeuwen ook het ontstaan van onze taal. Sommige spreekwoorden werden toen al volop gebruikt. (meer over het leerplan Nederlands) Brueghel maakte een schilderij waarin hij bizar veel spreekwoorden zichtbaar maakte - voor degene die ze eruit kan halen!
Naar aanleiding van het bekende spreekwoordenschilderij van Breughel stelden onderzoekers uit Zürich een lijst op van 157 spreekwoorden en zegswijzen die eind middeleeuwen bekend waren. Aan geïnteresseerden in Vlaanderen en Nederland werd gevraagd welke uitdrukkingen zij nog kennen en welke zij zelf nog gebruiken. Ruim vijfhonderd Vlamingen en Nederlanders uit alle provincies vulden de vragenlijst in. Al is het schilderij bijna 450 jaar oud, toch is er geen enkele van de 157 uitdrukkingen die bij alle ondervraagden onbekend is. Gemiddeld kennen de Vlamingen nog 34 procent en de Nederlanders 30 procent van de uitdrukkingen. Onderzoekster Juska Bacher vindt dat opmerkelijk veel, omdat we de oorsprong van heel wat spreekwoorden en zegswijzen niet meer kennen. Zij geeft het voorbeeld van de uitdrukking ,,een wit voetje bij iemand hebben’’, dat teruggaat naar de tijd dat paarden met witte voeten tolvrij waren. Of ,,de gek scheren’’ (nu ,,gekscheren’’), dat dan weer te maken heeft met de middeleeuwse gewoonte om krankzinnigen kaal te scheren.
De universiteit van Zürich maakte lijstjes van de ,,toppers’’ en ,,floppers’’. De topvijf met uitdrukkingen die door ruim 96 procent van de ondervraagden nog regelmatig gebruikt worden, wordt aangevoerd door ,,iets door de vingers zien’’, gevolgd door ,,twee vliegen in een klap slaan’’, ,,een oogje in het zeil houden’’, ,,door de mand vallen’’ en ,,achter het net vissen’’. Daartegenover staan de uitdrukkingen die door minder dan één procent nog gekend zijn, zoals ,,het is een witte en een zwarte hond’’ (het zal slecht aflopen), of ,,de galg beschijten’’ (nergens om geven). Uit het onderzoek blijkt ook dat er geen verband bestaat tussen de kennis van de uitdrukkingen en de opleiding of het geslacht, maar wel tussen de kennis en de leeftijd of regio van de respondent. Hoe ouder iemand is, hoe meer uitdrukkingen hij kent, en Vlamingen kennen er meer dan Nederlanders. ,,Veel spreekwoorden zijn nog terug te vinden in de Bijbel en in de oude literatuur, en dat verklaart wellicht waarom die nu minder bekend zijn bij de jongeren’’, zegt Juska- Backer. ,,Bovendien hebben oudere mensen meer levenswijsheid, die ze dan ventileren in spreekwoorden en zegswijzen.’’ Zie voor een interactieve manier om alle verborgen spreekwoorden uit Breughels schilderij te halen onder kunstgeschiedenis. Daar werd je ook opgeroepen aan de enquête mee te doen waarop bovenstaand onderzoek gebaseerd is.
Bron: ‘Vlaanderen spreekt Breughels’, door Leo Bonte, in De standaard, 10 aug 2005
In het Brabants museum is een kopie van het schilderij van Brueghel te zien. Daar is momenteel een tentoonstelling rond om heen georganiseerd: 'Spreken is zilver, zwijgen is goud'.
Tot in België weten ze dat het om verzekeringen gaat, als iemand zegt: ’Even Apeldoorn bellen’. Maar is de oorsprong van ’de bom is gebarsten’ ook zo wijdvertakt duidelijk? Conservator Paul Huys Janssen van het Noordbrabants Museum wacht geduldig op antwoord voordat hij toelicht dat ’de bom’ verwijst naar de kurk die uit het wijnvat sprong, waardoor de wijn verspilde. In dezelfde adem wijst de conservator er op hoe spreekwoorden en gezegden veranderen, verdwijnen en vergeten raken. Of anderszins een volstrekt eigen leven gaan leiden. Neem de minister-president, die onlangs zei dat mensen erop vooruit zullen gaan en het ’in hun portemonnee zullen voelen’. Huys Janssen grinnikt: ,,In hun portemonnee zullen vóelen?” Ach, het kan altijd nog erger. Een videoscherm vertoont een quiz waarin spreekwoorden moeten worden geraden. ’Tussen de wal en de sloot vallen’, weet een deelnemer. Alleen al het verzamelen van spreekwoorden zelf is een klus - zoals Erasmus met zijn bundeling uit 1500 al wist - maar het Noordbrabants Museum zocht daar ook nog eens letterlijke voorbeelden van bij. Uit de eigen collectie en in bruiklenen van binnen- en buitenlandse musea. Erasmus’ bundel, en zijn uitgebreidere tweede spreekwoordenbundel ligt tentoongesteld naast het boek der spreekwoorden: een statenbijbel uit 1637. In een andere vitrine liggen verschillende varianten van de oorsprong van ’een kat in het nauw maakt rare sprongen’. (Het was de vos Reinaerde, die de kat van de pastoor wijsmaakte dat er muizen in de pastorie te vangen vallen, terwijl hij wist dat daar een vosseval gereed stond. Eenmaal gevangen valt de kat de pastoor aan.) In een zoölogisch kabinet staat een optocht aan opgezette dieren. De bijbehorende spreekwoorden mag de museumbezoeker zelf raden, en met een loupje de verhaspelde antwoorden ontcijferen. Die haan daar als kemphaan? Fout, het is haantje de voorste. En wat dat eenzame geitje daar moet? Daar komt nog een kool bij, zegt de conservator. Uit de eigen museumcollectie een authentieke hekel (iemand over de hekel halen), waarop vlas werd geslagen teneinde de bolletjes te bemachtigen. En een klikspaan, waarmee melaatsen klepperend hun komst moesten aankondigen. In deze agrarische sector ook een koperen doofpot en een heet hangijzer, waarin de pot boven het vuur kon hangen. Een martelkabinet herbergt gezegden en spreekwoorden uit het strafrecht. Een schandpaal en een schandblok om iemand voor het blok te zetten, en het stalen martelwerktuig om iemand het vuur na aan de schenen te leggen. Brandmerkstaven verwijzen naar ’het loopt met een sisser af’. Degene die de doodstraf ontkwam, werd desalniettemin gebrandmerkt. Van Boijmans van Beuningen leende het Noordbrabants Museum de Jan Steen met daarop een vrouw die ziek te bed ligt, een quasi-arts die een recept uitschrijft en een min die snaaks naar de neparts smiespelt. Rechtsboven het ’ziekbed’ geeft het schilderij z’n geheim prijs: Hier baat geen medicijn, het is minnepijn. Pieter Bruegel de Oude balde tientallen spreekwoorden samen in zijn propvolle tableau. Het origineel hangt in Berlijn, maar het Noordbrabants Museum heeft zelf een kopie van een onbekende schilder. Cultuurhistorica Annette de Vries: ,,Zonder dat we er erg in hebben gebruiken we de taal van de zee nog dagelijks. We varen allemaal graag op ons eigen kompas, halen liever geen bakzeil en dulden niemand in ons vaarwater. Als het moet zetten we alle zeilen bij en houden graag een oogje in het zeil. In de voor hem kenmerkende plastische stijl verbeeldde Pieter Bruegel het spreekwoord door in het zeil van een bootje letterlijk een oog te tekenen.” Het wemelt letterlijk en figuurlijk van de spreekwoorden in Bruegels paneel: Veel geschreeuw en weinig wol, Het is goed brede riemen te snijden uit andermans leer, De een rokkent wat de ander spint, (wat de een konkelt, spint de ander), paarlen voor de zwijnen werpen (de boer die zijn varkens met rozen voert), Hij vist achter het net, De een scheert de schapen, de ander de varkens (het gaat de een meer voor de wind dan de ander), Zij kijkt naar de ooievaar (zinnebeeld voor luiheid en ledigheid).
|
||||||||||||









