Stel je bent dit jaar achttien geworden. Je mag stemmen! En dan is je eerste kans: voor of tegen de Europese Grondwet. Een onderwerp waar nog niet de helft van de kiezers voor naar stembus zal gaan en waar niemand iets van schijnt te snappen. De laatste weken wordt er dan wel veel over gediscussieerd, maar daar wordt het niet helderder van. Met veel dank aan NRC-Handelsblad (scholierenbrief). Om te snappen waarom de discussie zo ingewikkeld is: Op zoek naar wijsheid Hieruit: ...Nu de discussie dan eindelijk van de grond is gekomen, heerst er vooral verwarring. Zo gaat het debat maar heel weinig over de vraag zelf, en heel veel over wat de vraag nu werkelijk inhoudt. Met daaraan gekoppeld welke argumenten wel en welke argumenten niet iets met het onderwerp te maken hebben. Verwarrend is ook dat de voor- en tegnstanders door alle partijen heen lopen. De regeringspartijen zijn voor, maar PvdA en GroenLinks ook. Tegen zijn SP, ChristenUnie, LPF en de groep Wilders. Werkgevers en werknemersorganisaties zijn allebei voor. Om je eigen standpunt te kunnen vormen: ...1 Meer democratie en transparantie
Burgers kunnen de Europese Commissie vragen een kwestie op de agenda te zetten. Daarvoor zijn één miljoen handtekeningen (van de 450 miljoen EU-burgers) nodig. Ook kan een burger gemakkelijker naar het Europees Hof stappen. In de Grondwet zijn grondrechten opgenomen zoals het recht op leven, gelijke behandeling van man en vrouw, bescherming tegen onredelijk ontslag en bescherming van persoonsgegevens.
De 25 regeringsleiders kunnen nu vaker met (royale) meerderheid over voorstellen beslissen, want het veto wordt afgeschaft. Nu verdwijnt elk voorstel van tafel zodra één lidstaat tegen stemt. De Europese Commissie (nu 25 commissarissen; het dagelijks bestuur van de EU) wordt kleiner. Het is de bedoeling dat vanaf 2014 een toerbeurtsysteem wordt ingevoerd, zodat ook Nederland regelmatig aan de beurt komt. Er wordt gedacht aan twee commissarisplaatsen per drie lidstaten. Verder wordt afgestapt van het halfjaarlijkse voorzitterschap van de Europese Raad van Regeringsleiders. In plaats daarvan blijft een voorzittend land voor 2,5 jaar aangesteld. Herbenoeming is eenmaal mogelijk.
Nationale parlementen krijgen meer greep op de Europese Commissie. Ze krijgen wetsvoorstellen van de Commissie meteen toegestuurd en kunnen binnen zes weken reageren. Als een kwestie beter nationaal kan worden geregeld, dan kunnen parlementariërs een 'gele kaart' trekken en het voorstel terugsturen naar de Commissie. Als eenderde van de nationale parlementen meent dat een nationale oplossing de voorkeur verdient, moet de Commissie haar voorstel heroverwegen. Zet ze haar plannen toch door, dan kan een lidstaat naar het Hof van Justitie in Luxemburg.
Europa wordt geen superstaat. De Europese Grondwet vervangt ook niet de Nederlandse grondwet. In de Europese Grondwet staat duidelijk waarmee de EU zich mag bemoeien en waarmee niet. Nationale staten houden zeggenschap over hun belastingen, sociale zekerheid en buitenlands beleid. Over samenwerking op strafrechtelijk gebied wordt bij meerderheid besloten. Maar landen kunnen aan de noodrem trekken zodra volgens hen 'fundamentele aspecten' van het stelsel in het geding zijn. Cultuur, onderwijs, volksgezondheid en sport zijn geen onderwerpen van de EU. In kwesties als softdrugs, euthanasie en abortus houdt Nederland het laatste woord.
Asiel en migratie worden gemeenschappelijk beleid. Nu kan een asielzoeker gemakkelijk doorreizen naar een ander land met minder strenge regels. De Grondwet moet zorgen voor dezelfde regels overal in de EU. Er komt een Europees visum- en terugkeerbeleid. De meerderheidsbesluitvorming is al eerder vastgelegd, dus die komt er ook als de Grondwet wordt afgewezen.
Bij internationale terreurbestrijding en georganiseerde criminaliteit wordt nauwere samenwerking mogelijk. Een oorzaak van de moeizame samenwerking bij terrorismebestrijding is de strikte unanimiteitsregel. Doordat het veto wordt losgelaten, zal zowel de grensoverschrijdende justitiële samenwerking in strafzaken, als de politionele samenwerking onder gewone wetgevingsprocedures vallen. De positie van Europol (politie) en Eurojust (openbaar ministeries) wordt versterkt. Ook komt er een Europees systeem ter controle van de buitengrenzen.
De rol van de sociale partners (werkgevers en werknemers) wordt op het niveau van de Unie erkend. De dialoog wordt bevorderd, maar uitdrukkelijk wordt rekening gehouden met verschillen tussen de nationale stelsels. In de Grondwet is het recht op informatie en raadpleging van werknemers in de onderneming vastgelegd, evenals het recht op collectieve onderhandelingen en collectieve actie. Coördinerende sociale maatregelen van de Unie hebben niet het doel de nationale stelsels te harmoniseren. Sociale zekerheid blijft een nationale zaak.
Het vrije verkeer van personen, diensten, goederen, kapitaal en de vrijheid van vestiging worden in de Grondwet gewaarborgd, zodat Europa economisch sterker wordt. Ondernemers lopen tegen minder regels aan, doordat de Grondwet duidelijk maakt wat de EU doet en wat lidstaten zelf doen. Nederland profiteert met zijn open economie volop van Europa; 80 procent van de Nederlandse export gaat naar andere EU-landen. In tien jaar interne markt (1992-2002) is de Nederlandse export verdubbeld. In de hele Unie zijn in dezelfde periode 2,5 miljoen banen geschapen en de welvaart is met 877 miljard euro gestegen.
Landen houden een veto over hun financiële bijdrage aan de EU. Rijke landen betalen meer dan ze ontvangen en armere landen krijgen meer. Maar Nederland betaalt procentueel gesproken méér dan andere landen met een vergelijkbaar welvaartsniveau. De regering heeft daarom in de Grondwet laten opnemen dat het pas zal instemmen met een Europees besluit over de meerjarenbegroting als er een 'bevredigende oplossing' is gevonden voor zijn 'buitensporige negatieve nettobetalingspositie'. De EU kan niet besluiten dat Den Haag plotseling meer moet betalen omdat over de meerjarenbegroting in unanimiteit moet worden besloten.
Tien argumenten om tegen te stemmen
Vooral het artikel in de Grondwet over de doelstellingen van de Unie valt verkeerd: 'De Unie biedt haar burgers een ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zonder binnengrenzen en een interne markt waar mededinging vrij en onvervalst is.' Dus is Europa een 'neoliberaal' project met vrij kapitaalverkeer, privatisering van publieke diensten (water, energie, openbaar vervoer) en verplichte aanbestedingen. De rechten van het kapitaal zijn beter gegarandeerd dan de rechten van burgers. In een democratie beslist de kiezer over de inrichting van de economie.
Op Europees niveau wordt op steeds meer gebieden bij meerderheid beslist en niet meer op basis van unanimiteit. Dat opent de deur naar een politieke federatie en holt de macht van de lidstaten uit. De Unie eigent zich sluipenderwijs meer macht toe. De Grondwet noemt, naast de interne markt, tien gebieden waarop de EU 'gedeelde bevoegdheden' heeft met lidstaten: van sociaal beleid en consumentenzaken tot energie en vervoer. Op het vlak van volksgezondheid, industrie en onderwijs kan de Unie 'coördinerend of aanvullend' optreden.
De Grondwet legt militaire samenwerking vast. Dat leidt tot een kostbaar Europees leger. De rol van Europa als 'militaire grootmacht' strookt niet met de in Nederland levende wens van 'nooit meer oorlog'. Met het opgerichte Europees Defensieagentschap waarover de Grondwet het heeft, is een machtig instrument geschapen om export van de Europese wapenindustrie naar derdewereldlanden te bevorderen. Deze miljarden kunnen daar beter worden besteed.
Europese landen zijn te verschillend voor het keurslijf van een Grondwet. Handhaving van het Stabiliteitspact voor de euro lukt al niet. De Europese Unie voldoet als economische gemeenschap. Alle andere zaken, van sociale stelsels tot justitie en veiligheidsbeleid, moeten in handen blijven van nationale staten. De Europese Unie moet juist minder doen en taken teruggeven aan de nationale staten. Ook zonder Grondwet functioneert de Europese Unie goed genoeg.
De regel dat de Unie 'open staat voor alle lidstaten die de waarden van de EU eerbiedigen', gaat te ver. Europa heeft zich met tien extra leden vorig jaar genoeg uitgebreid. Stabilisatie van de Europese Unie met de huidige 25 leden is noodzakelijk. Landen zoals Bulgarije, Roemenië, Kosovo, de Oekraïne en Turkije moeten geen lid worden van de Europese Unie. De grenzen om nieuwe leden op te nemen zijn (voorlopig) bereikt. Turkije hoort wat geschiedenis en geografie betreft niet bij de Unie.
Dierenleed wordt door de Europese Grondwet in stand gehouden. Ruim de helft van de Europese agenda wordt bepaald door Landbouw en Visserij; 50 procent van de subsidies gaat daar naar toe. De bio-industrie wordt krachtig gesubsidieerd en daarmee ook grootschalig dierenleed. De Grondwet rept met geen woord over het welzijn van dieren. In de preambule staat wel dat religieuze en culturele tradities moeten worden gerespecteerd. Stierenvechten, onverdoofd slachten, het schieten van trekvogels, ganzen met een trechter volproppen tot de dood erop volgt en drijfjacht blijven toegestaan.
De Europese Unie moet zich niet met immigratie- en asielpolitiek bemoeien. Kwesties als het aanvragen van politiek asiel en het toelaten van migranten horen nationaal beleid te zijn in plaats van Europees beleid. De Europese Unie mag nooit bepalen hoeveel migranten Nederland wel of niet moet toelaten. Dat staat overigens niet in de Grondwet, maar tegenstanders vrezen dat een gemeenschappelijk migratiebeleid ertoe leidt dat Nederland geen 'baas in eigen land' meer is. Toelating van meer arme landen tot de EU (Roemenië, Bulgarije) is onwenselijk. Het vergroot de migratie waardoor het Nederlandse sociale stelsel onder druk komt te staan. Legale migranten hebben immers dezelfde rechten als EU-burgers (recht op onderwijs, gezondheidszorg, uitkering).
Gesuggereerd wordt dat Europese burgers via een handtekeningenactie de Europese Commissie kunnen vragen om wetsvoorstellen. Maar daarvoor zijn liefst één miljoen handtekeningen vereist. Dat is ontzettend veel. De Commissie moet zo'n verzoek weliswaar in overweging nemen, maar ze is helemaal niet verplicht daar iets mee te doen. Hetzelfde geldt voor de zogenaamde extra invloed van nationale parlementen, die een voorstel zouden kunnen tegenhouden door de 'gele kaart' te trekken. Ze kunnen wel bezwaar aantekenen tegen een wetsvoorstel, maar de Commissie kan dat naast zich neerleggen.
Het milieu heeft baat bij Europees beleid. Daarom is meer greep op Brussel door nationale parlementen ongewenst. Regionale belangengroepen, ook wethouders en bedrijven, zullen Tweede-Kamerleden onder druk zetten om zoveel mogelijk milieuwetgeving buiten de deur te houden. Hoeveel gemeenten proberen niet onder de Europese flora- en faunarichtlijn uit te komen, omdat de zandhagedis uitbreidingsplannen in de weg zou staan. Ook lapt Nederland EU-afspraken om luchtverontreiniging tegen te gaan aan zijn laars. Via Brussel is de kans op schoner milieu groter.
Verder: zie de bron En als je écht alles wil weten: Europawebsite NRC.nl
|
||||||||||||







