Binnenhof en Ridderzaal
De Ridderzaal dateert waarschijnlijk uit de dertiende eeuw. Toen kocht graaf Floris IV van Holland alle gronden, waarop daarvoor de Hof van Vrouwe Meilendis had gestaan, van Dirc van Wassenaer. Wellicht gaat deze hof zelfs terug op een curtis uit de karolingische tijd uit circa 700. Graaf Floris liet op deze gronden een residentie bouwen, die als woongebouw moest dienen van hem, zijn familie en zijn gevolg. Het centrale deel daarvan was een groot gebouw dat ongeveer 9 bij 25 meter groot was. Rond 1290 werd dit gebouw vervangen door het huidige gebouw van de Ridderzaal. Dit gebeurde door de zoon van de stichter, Floris V. Dit centrale deel was niet bedoeld voor bewoning, maar werd gebruikt voor representatieve doeleinden. Het moest indruk maken op de buitenwereld en laten zien dat de Hollandse graven belangrijke figuren waren.
De gehele Grote Zaal is onderkelderd. De kwartieren voor de grafelijke bewoning bevonden zich achter de Ridderzaal, die tot in de negentiende eeuw Grote Zaal heette. Wellicht nog tijdens de bouw van de Grote Zaal werd aan de zijde van de Hofvijver een kapel gebouwd. Aan weerszijden verschenen in de loop der tijden een uitbouw van de kapel en andere gebouwen. In 1879 werd de kapel uitgebroken. Ze ging deel uitmaken van de rest van de bebouwing aan de noordzijde van het Binnenhof. Slechts enkele resten zijn bewaard gebleven. Het kan zijn dat al vanaf het begin een ommuring rond het gehele complex is geweest, maar geheel zeker is dat niet. Tegen het einde van de middeleeuwen was dat zeker wel het geval. Het complex werd aan de noordzijde beschermd door de Hofvijver en was aan de andere zijden beschermd door grachten. De Hofvijver is er nog steeds, maar de grachten zijn in de loop der tijd verdwenen. Het complex telde een drietal poorten: aan de westzijde de Stadhouderspoort, aan de zuidzijde de Hofpoort en aan de oostzijde de Grenadierspoort. Aan de noordzijde van de Ridderzaal is er nog een binnenpoort. De gehele westzijde van het Binnenhofcomplex heet het Stadhouderlijk Kwartier. Sinds Willem van Oranje als eerste deze vertrekken als woning van zijn gezin en gevolg in gebruik had genomen werd dit gedeelte eeuwenlang als woning voor het stadhouderlijk gezin gebruikt. Het heeft niet zo veel gescheeld of het gehele complex van het Binnenhof zou in de negentiende eeuw onder de slopershamer zijn gevallen, ware het niet dat de kosten daarvan nogal hoog waren. In plaats daarvan werd het complex gebruikt voor militaire doeleinden, zoals een hospitaal en een opleiding voor cadetten. Ook werden er wapenmagazijnen in het complex ondergebracht. Tegen het einde van de negentiende eeuw werd men echter wakker en begonnen men met het restaureren van verschillende gebouwen, waaronder de Ridderzaal, maar de voormalige hofkapel had al het loodje moeten leggen. Vanaf die tijd werden de gebouwen meer en meer in gebruik genomen door verschillende regeringsinstellingen. Het Binnenhof met de Ridderzaal vormt nu een groot complex, waar de landsregering van Nederland haar intrek heeft genomen. Zo vinden we hier nu de vergader- en kantoorruimten van de Tweede Kamer, kantoren van de Eerste Kamer, het Ministerie van Algemene Zaken en de Rijksvoorlichtingsdienst. Aan de zuidzijde van het complex vinden we nu moderne vergadergebouwen: de Tweede Kamer met toegang vanaf het Plein, aan de oostzijde van het gehele Binnenhofcomplex. Hier vinden we ook aan de noordzijde, tegen de Hofvijver aan, het befaamde torentje, waar de Minister-president zijn werkvertrek heeft. Het Binnenhof in het centrum van Den Haag gelegen, is vrijwel altijd toegankelijk voor het publiek. Als men het complex uit het westen binnenkomt, dus via de Stadhouderspoort, heeft men een groots gezicht op de voorgevel van de Ridderzaal. Vanaf de hoofdingang van de Ridderzaal heeft men een goed zicht op de gebouwen van het voormalige Stadhouderlijk kwartier met de fraaie galerijen op de begane grond. Enige literatuur: Bron: Absofacts
|
||||||||||||








