
Geschiedenis wordt op de bovenbouw in het hoofdonderwijs en in vaklessen gegeven. Een periode geschiedenis, in het hoofdonderwijs, komt meestal terug op wat je op de lagere school al over het onderwerp hebt gehoord, maar toen nog beeldend. Het verschil is dus dat er op de bovenbouw verder op in wordt gegaan, en dat het niet bestaat uit vreemde verhalen. Je begrijpt het ook beter.
Het is de bedoeling dat je een schrift bij houdt waarin je alles kunt uitwerken. Ook krijg je vaak in het hoofdonderwijs de kans om een tekening te maken van iets wat bij het onderwerp past. Een schrift bijhouden doe je niet voor niets, het telt namelijk mee voor de beoordeling van de periode. Bij een slecht periode cijfer, kan een schrift vaak ‘de redding’ betekenen. 
De vaklessen gaan over de periode rondom de ontdekkingsreizen tot nu. Hier is het de bedoeling aantekeningen te maken van wat er verteld wordt. Deze helpen je bij het leren van het proefwerk. Een reader, die wordt uitgedeeld, helpt je uit de brand wanneer je door de boeiende gesprekken tijdens de les of door ziekte, niets hebt aangetekend.
Moderne geschiedenis met de Tweede Wereldoorlog enz. wordt heel uitgebreid in de twaalfde klas behandeld, hoor ik. Hier links het titelblad van een periodeschrift.
Wiebe Waaijer
Over geschiedenis op de algemene site. Klik in het menu links op ‘vakken’. Helemaal onderaan staat de koppeling naar ‘maatschappijvakken’.